Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/13.5.1:13.5.1 Cessie of vestiging van een security interest
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/13.5.1
13.5.1 Cessie of vestiging van een security interest
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90848:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hierop geldt één uitzondering: §9-607 sub c UCC is wel van toepassing. Dit betekent onder meer dat de derde vorderingen op een commercieel redelijke wijze moet innen (commercially reasonable manner). Dit is eigenlijk een wassen neus, omdat de cessionaris zichzelf moet aanklagen voor de uitwinning van de vorderingen op een niet commercieel redelijke wijze.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De leverancier kan zijn koopprijsvordering op de koper laten financieren door een derde. De leverancier kan in dat geval de koopprijsvordering cederen of bezwaren met een security interest ten gunste van de financier. De koopprijs of financiering die de leverancier hiervoor ontvangt, is geen voldoening van de gecedeerde vordering. Dat zou immers leiden tot het tenietgaan ervan.
Voor een cessie of een vestiging van een security interest moet de leverancier de regels van Article 9 UCC voor de vestiging en voltooiing van een security interest in acht nemen. Zowel de overdracht van een vordering als de bezwaring ervan met een security interest vallen namelijk onder het toepassingsbereik van Article 9 UCC.1 Niet relevant is of sprake is van een werkelijke cessie of een zekerheidscessie, want §9-109 UCC (a)(3) UCC bepaalt dat ‘Article 9 also covers true sales’. Voor een cessie die jegens eenieder werkt is dus attachment en perfection vereist. De financier en leverancier dienen een zekerheidsovereenkomst te sluiten en een financing statement te registreren in het openbare register.2
Na de cessie of bezwaring blijft de leverancier bevoegd tot inning zolang de cessie of het security interest niet is medegedeeld aan de debiteur van de gecedeerde vordering (§9-406 sub a UCC).3 Vanaf de mededeling kan de financier de vordering innen. Hierbij hoeft hij niet de bepalingen met betrekking tot de executie van zekerheidsrechten in Article 9 UCC in acht te nemen.4 De reden is dat:
“Although denominated “securedparties, ”these buyers own the entire interest in the property sold and so may enforce their rights without regard to the seller (“debtor”) or the seller's creditors.”5
Dit heeft onder meer tot gevolg dat de financier het overschot mag behouden. Anderzijds is de leverancier ook niet aansprakelijk voor een tekort bij de financier, anders dan bij de uitwinning van een zekerheidsrecht op grond van §9-608 (b) UCC. Heeft de financier echter een security interest op de koopprijsvordering, dan dient hij wel de vereisten voor executie zoals zijn uiteengezet in hoofdstuk 7 in acht te nemen.
Is de koper in gebreke met de voldoening van de gecedeerde of bezwaarde vordering aan de financier, dan kan de financier het zekerheidsrecht dat strekt tot zekerheid van deze vordering uitwinnen.6 Dit zekerheidsrecht gaat namelijk van rechtswege mee over op de cessionaris of zekerheidsnemer op grond van §9-203 (g) UCC. Het zekerheidsrecht zet zich voort in de staat waarin het zich bevond voor de cessie of bezwaring. Een voltooid zekerheidsrecht blijft dus voltooid. Ook een purchase-money security interest behoudt zijn superprioriteit in handen van de cessionaris.7 Dit is vergelijkbaar met het (voorbehouden) pandrecht dat als afhankelijk recht met de gecedeerde vordering mee over gaat op de financier in het Nederlandse recht. Bij een uitwinning van dit zekerheidsrecht is de financier gebonden aan de regels van uitwinning in Article 9 UCC.