NJB 2025/379:Bijzondere voorwaarde in kinderpornozaak, art. 14c lid 2, aanhef en onder 14°, Sr: deze moet het gedrag van de veroordeelde betreffen. Herhaling en toepassing HR 31 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:807, HR 28 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1403 en HR 9 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:248. In casu kon het hof als gedragsvoorwaarden stellen dat de verdachte zich onthoudt van het, op welke wijze dan ook, met een seksuele intentie communiceren met minderjarigen en van gedrag dat is gericht op het zich begeven in een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen of waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd. Daarbij kon het hof een bijzondere voorwaarde stellen om het toezicht op voornoemde gedragsvoorwaarden mogelijk te maken, door de verdachte te verplichten mee te werken aan onaangekondigde controles op zijn gegevensdragers. Het hof hoefde niet preciezer te omschrijven tot ‘welke delen van de gegevensdragers’ de reclassering haar controles moet beperken en ‘welke personen/instanties’ de reclassering bij de controle mag betrekken. De Hoge Raad zet onder meer ook nog uiteen hoe de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd en dat geautomatiseerde controles daaraan kunnen bijdragen.