V-N 2023/40.25
Hof had bij rechtbank gedaan beroep op vertrouwensbeginsel moeten behandelen
HR 08-09-2023, ECLI:NL:HR:2023:1168, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 september 2023
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Faase
- Zaaknummer
21/01598
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS713250:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1168, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑09‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑09‑2023
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het beroep van X op het vertrouwensbeginsel had moeten behandelen. Nu het hof het primaire standpunt heeft verworpen, had het hof het subsidiaire standpunt moeten behandelen
Samenvatting
X verricht werkzaamheden op het gebied van financiële (advies)dienstverlening. Op zijn VAR-aanvraag geeft de inspecteur een VAR-WUO af. Bij het opleggen van een navorderingsaanslag IB/PVV merkt de inspecteur de inkomsten echter aan als resultaat uit overige werkzaamheden (ROW). In beroep stelt X primair dat de inkomsten winst vormen en beroept hij zich subsidiair op het vertrouwensbeginsel. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X ondernemersrisico loopt en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.