Einde inhoudsopgave
De overeenkomst in het insolventierecht (R&P nr. InsR3) 2012/7.5.3.1
7.5.3.1 Levering én transport
mr. T.T. van Zanten, datum 14-09-2012
- Datum
14-09-2012
- Auteur
mr. T.T. van Zanten
- JCDI
JCDI:ADS388040:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 3 van de Elektriciteitswet 1998 en hoofdstuk 2 van de Gaswet.
Hierbij zij aangetekend dat kleinverbruikers conform het meest recente `Leveranciersmodel' weliswaar ook met de netbeheerder contracteren, maar feitelijk alleen met de leverancier te maken hebben, aan wie zij bovendien ook hun schuld aan de netbeheerder bevrijdend kunnen voldoen.
Zie Vzr. Rb. Den Bosch 31 oktober 2005, JOR 2006, 56, m.nt. P.M. Veder.
De achtergrond van het gebruik van het woord 'afleveren' in art. 37b Fw zou overigens wel eens een andere kunnen zijn, namelijk het feit dat energie vermoedelijk niet als 'goed' in de zin van art. 3:1 BW heeft te gelden en daardoor niet kan worden geleverd, althans niet in juridische zin; vgl. Parl. Gesch. Boek 3, p. 64. Vgl. Keijsers & Hartendorp 2003, p. 110, die bepleitten om het destijds nog niet ingevoerde art. 37b Fw te wijzigen in die zin dat ook het transport onder de regeling zou zijn begrepen.
In de gas- en elektriciteitsmarkt dient te worden onderscheiden tussen de leverancier die de energie levert en de netbeheerder die het transport ervan voor zijn rekening neemt.1 Met beide partijen heeft de verbruiker een contractuele relatie,2 hetgeen de vraag oproept of ook de netbeheerder aan de werking van art. 37b Fw is onderworpen.
In een door de administrator van het in Nederland gevestigde C&A Trim tegen Essent Netwerk aangespannen kort geding was de vraag aan de orde of Essent Netwerk gerechtigd was het transport te staken en C&A Trim van het net af te sluiten zolang haar vóór de aanvang van de administration ontstane vordering niet zou zijn betaald. Tot een beslissing over de reikwijdte van art. 37b/237b Fw kwam het echter niet, omdat de voorzieningenrechter aannam dat deze vraag ingevolge art. 4 lid 2 onder e WO werd beheerst door Engels recht, op grond waarvan Essent Netwerk naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet tot afsluiting bevoegd was. Volgens annotator Veder dient voor een puur Nederlandse situatie hetzelfde te worden aangenomen en valt ook de netbeheerder — die in de energiemarkt als monopolist opereert — onder het bereik van art. 37b/237b Fw.3
Ik deel zijn mening. De wetgever lijkt zich bij de introductie van de doorleveringsplicht eenvoudigweg niet te hebben gerealiseerd dat tussen de levering en het transport dient te worden onderscheiden, maar het ligt in de rede dat het zijn bedoeling is geweest het gehele proces te treffen. Bedacht moet worden dat vóór de liberalisering van de gas- en elektriciteitsmarkt de levering en het transport van energie veelal nog in één hand waren. De wettekst biedt naar mijn mening ook wel enige ruimte om ook de transporteur aan de doorleveringsplicht bloot te stellen, nu in art. 37b lid 1 Fw niet worden gesproken van het 'leveren' maar van het 'afleveren' van energie.4