NJB 2025/2092
Beslagbeklag, art. 94 jo. 552a Sv: vraag of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. In casu heeft de rechtbank niet toereikend gemotiveerd geoordeeld dat dit het geval is. Daartoe is van belang dat de rechtbank niet kenbaar in haar overwegingen heeft betrokken wat namens de klager naar voren is gebracht over de aanmerkelijke (financiële) gevolgen van het voortduren van het beslag, in het bijzonder vanwege de omstandigheid dat de klager de chauffeurspas nodig heeft om te kunnen voorzien in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin.
HR 08-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1071
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/04227 B
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1071, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:503, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑12‑2023
- Wetingang
(art. 552a Sv)
Essentie
Beslagbeklag, art. 94 jo. 552a Sv: vraag of voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. In casu heeft de rechtbank niet toereikend gemotiveerd geoordeeld dat dit het geval is. Daartoe is van belang dat de rechtbank niet kenbaar in haar overwegingen heeft betrokken wat namens de klager naar voren is gebracht over de aanmerkelijke (financiële) gevolgen van het voortduren van het beslag, in het bijzonder vanwege de omstandigheid dat de klager de chauffeurspas nodig heeft om te kunnen voorzien in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.