Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/7.2.3:7.2.3 Het Amerikaanse recht
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/7.2.3
7.2.3 Het Amerikaanse recht
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90962:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
White & Summers 2010, p. 312.
Hoofdstuk 3, paragraaf 3.2.3.
§546 (c) B.C.
Dit valt buiten de reikwijdte van dit boek. Zie hierover onder meer Lopucki & Warren 2012, p. 112-122.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De leverancier kan de door hem op geleverde zaken reclameren bij de koper op grond van §2-702 UCC, indien hij deze zaken op krediet heeft geleverd op basis van een achteraf gebleken onjuiste voorstelling van zaken door de koper van zijn solvabiliteit. Vereist is ten eerste dat de zaken zijn geleverd aan een ‘insolvente’ koper. Hiervan is sprake als de koper in gebreke is met de betaling van opeisbare vorderingen of van vorderingen die zijn ontstaan in zijn normale bedrijfsuitoefening.1 Voor de uitoefening van het recht van reclame is ten tweede vereist dat de koper bij de koop heeft gehandeld in zijn normale bedrijfsuitoefening. Ten derde moet de koper in gebreke zijn met de betaling van de koopprijs.2
Is aan deze vereisten voldaan, dan kan de leverancier de zaken vormvrij terugvorderen.3 De leverancier heeft in beginsel tien dagen vanaf het moment van levering de tijd heeft om te reclameren. Deze termijn is kort in vergelijking met het Nederlandse recht. Deze korte termijn wordt echter buiten toepassing verklaard als de koper een geschreven misrepresentation of solvency aan de leverancier heeft gestuurd in de drie maanden voorafgaand aan de levering.4 De koper heeft dan actief een onjuiste voorstelling van zaken geschetst omtrent zijn solvabiliteit. De leverancier kan hebben vertrouwd op deze misleidende informatie en de koper een (lange) betalingstermijn hebben gegeven zonder een zekerheidsrecht te bedingen. Zou de tiendagentermijn gelden, dan kan de leverancier in veel gevallen niet reclameren omdat hij pas op een later moment de insolventie van de koper ontdekt. De wetgever voorkomt het buiten toepassing laten van de termijn dat het recht van reclame vervalt en de koper in feite profiteert van zijn actieve misleidende handelen.5
Tijdens het faillissement van de koper gelden wel vormvereisten voor de effectuering. De leverancier moet zijn eis tot terugvordering van de zaken schriftelijk indienen bij de Bankruptcy Court op grond van §546 (c) B.C. Ook geldt een andere termijn voor uitoefening. Het recht van reclame moet binnen vijfenveertig dagen nadat de koper de zaken heeft ontvangen worden ingeroepen. Daarnaast geldt dat dit maximaal twintig dagen na de faillietverklaring mag zijn. Vervolgens kan de leverancier na afloop van de automatisch geldende afkoelingsperiode de zaken separeren uit de boedel.6
Hebben de gereclameerde zaken een lagere waarde dan de koopprijsvordering, dan behoudt de leverancier een restvordering op de koper. §2-702 lid 3 UCC lijkt uit te sluiten dat de leverancier ook een schadevergoedingsvordering kan instellen jegens de koper.7 Dat artikel bepaalt namelijk dat de leverancier geen andere rechtsmiddelen kan uitoefenen als hij de zaken reclameert.
Zijn de gereclameerde zaken meer waard geworden, dan hoeft de leverancier de overwaarde waarschijnlijk niet af te dragen aan de koper. Dit valt af te leiden uit §2-706 lid 6 UCC, waarin is bepaald dat de leverancier die de gereclameerde zaken opnieuw verkoopt aan een koper en hiermee winst maakt, deze winst niet hoeft af te dragen aan de oorspronkelijke koper.
Naast het reclamerecht heeft de leverancier tijdens het faillissement van de koper ook een algemeen voorrecht op grond van §503 (b)(9) Bankruptcy Code, de administrative expense priority. De leverancier kan een verzoek indienen bij de Bankruptcy Court tot toelating van zijn vordering waaraan het voorrecht is verbonden. De verdere procedure is afhankelijk van de lokale regels van de bevoegde Bankruptcy Court en de wijze waarop de Bankruptcy Court de procedure in het concrete geval inricht.8
Aangezien het recht dat aan de leverancier wordt toegekend een algemeen voorrecht is dat de leverancier voorrang geeft bij de uitkering van de boedel, komen waardestijgingen of –dalingen niet specifiek voor rekening van de leverancier. Deze komen ten goede of ten koste van de faillissementsboedel, dus van alle schuldeisers inclusief de leverancier.