RFR 2025/69
Erfrecht. Is voor de overgang van het verbeurde aandeel op de andere erfgenaam een leveringshandeling vereist?
HR 21-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:420
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/04866
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD13794:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Erfrecht (V)
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Algemeen
Personen- en familierecht (V)
Erfrecht / Erfopvolging bij versterf
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:420, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1151, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑12‑2023
- Wetingang
Essentie
Opzettelijke verzwijging. Verbeurdverklaring.
Is voor de overgang van het verbeurde aandeel op de andere erfgenaam een leveringshandeling vereist?
Samenvatting
In deze procedure gaat het om een geschil tussen twee broers. Zij zijn de enige erfgenamen van hun moeder, die overleden is in 2006, en van hun vader, die overleden is in 2013. Tot de nalatenschap van vader behoren diverse banktegoeden en een onverdeeld aandeel in een woning in Frankrijk. De ene broer (hierna: ‘eiser’) heeft gevorderd dat de rechter de verdeling van de nalatenschap zal bevelen. De andere broer (hierna: ‘verweerder’) heeft in reconventie onder andere gevorderd om eiser ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.