M en R 2024/24
Procederen over protesteren II; tijdelijk onbruikbaar maken trap voor hoofdkantoor van oliemaatschappij door zonnebloemolie, houtskoolpoeder en maïzena over trap te gieten. Wordt met vervolging, berechting en bestraffing van verdachte ontoelaatbare inbreuk gemaakt op art. 10 dan wel 11 EVRM?
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1742, m.nt. B. Arentz
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Borgers, Van Strien, Kuijer, Caminada, Kooijmans
- Zaaknummer
22/00882
- Noot
B. Arentz
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS945818:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Algemeen
Milieurecht / Inrichtingen en activiteiten - vergunningen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1742, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:815, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑12‑2022
- Wetingang
Essentie
Samenvatting
HR wijdt algemene beschouwingen aan reikwijdte van het in art. 10 en 11 EVRM neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering en aan beantwoording van vraag onder welke omstandigheden beperking van recht op vrijheid van vreedzame vergadering in democratische samenleving noodzakelijk is. Hof heeft verweer dat verdachte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.