De goede procesorde
Einde inhoudsopgave
De goede procesorde (BPP nr. IV) 2006/4.3.2.2:4.3.2.2 Een op de goede procesorde gebaseerde mededelingsplicht
De goede procesorde (BPP nr. IV) 2006/4.3.2.2
4.3.2.2 Een op de goede procesorde gebaseerde mededelingsplicht
Documentgegevens:
Mr. V.C.A. Lindijer, datum 08-11-2006
- Datum
08-11-2006
- Auteur
Mr. V.C.A. Lindijer
- JCDI
JCDI:ADS379901:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
144. Uit het arrest De Wit/Van den Berg1 lijkt te mogen worden opgemaakt dat het antwoord op de vraag of een partij verplicht is om in een procedure bepaalde feiten te melden, die mogelijk in haar nadeel werken, mede afhankelijk kan zijn van de beginselen van een goede procesorde. Eiser in cassatie betoogde dat Van den Berg misbruik maakte van zijn bevoegdheid om een onherroepelijk geworden vonnis te executeren, gelet op het feit dat hij in de procedure waarin de uitspraak was gegeven een door Van den Berg aangespannen procedure tot doorbetaling van loon wegens nietigheid van zijn ontslag - had verzwegen dat hij reeds bij een andere werkgever in dienst was getreden. Vergeefs, want de Hoge Raad overwoog:
'(...) heeft in een geval als het onderhavige de werknemer (zoals hier Van den Berg) zich bereid verklaard de bedongen arbeid te blijven verrichten en heeft de werkgever (zoals hier De Wit) daarvan geen gebruik gemaakt, dan ligt het op de weg van de werkgever, zo deze zich erop wil beroepen dat de werknemer reeds aanstonds tot hervatten van zijn arbeid niet bereid of in staat was dan wel daartoe niet bij voortduring bereid en in staat is geweest, feiten en omstandigheden te stellen waaruit een en ander kan blijken, en deze, zo nodig, te bewijzen (vgl. HR 28 september 1984, NJ 1985, 245); tegen deze achtergrond en mede in aanmerking genomen hetgeen hierna ad 2° zal worden overwogen [te weten dat het enkele feit dat Van den Berg elders in dienst was getreden, niet de slotsom wettigt dat hij niet bereid en in staat was om zijn werkzaamheden bij De Wit te hervatten, vcal] kan niet zonder meer worden gezegd dat beginselen van een goede procesorde Van den Berg ertoe verplichtten in meerbedoelde procedure melding te maken van het feit dat hij met ingang van dezelfde dag dat hij zich beschikbaar hield om op eerste oproep zijn werkzaamheden bij De Wit te hervatten, elders in dienst was getreden, en in elk geval wettigt zijn niet vermelden van dat feit niet zonder meer de slotsom dat hij zich in die procedure heeft schuldig gemaakt aan bedrog.'
145. Interessant is dat de Hoge Raad in dit arrest een verband legt tussen de beginselen van een goede procesorde en de vraag of een partij in de procedure bepaalde feiten had moeten melden, zonder dat in het cassatiemiddel of in de conclusie van de A-G voor dit arrest is betoogd dat deze beginselen die partij daartoe zouden verplichten. Hieruit kan worden afgeleid dat de Hoge Raad dat laatste wel voor mogelijk houdt.