Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.2.3.4:3.2.3.4 Procedures tegen derden
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.2.3.4
3.2.3.4 Procedures tegen derden
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588302:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
76. Art. 3:245 BW en art. 3:218 BW in de regelingen van pand en vruchtgebruik hebben betrekking op het gezamenlijk voeren van procedures jegens derden. De bepalingen hebben géén betrekking op het voeren van een nakomingsprocedure jegens de schuldenaar van de bezwaarde vordering.1 Daarop zijn immers art. 3:246 lid 1 BW en art. 3:210 lid 1 BW van toepassing.2 In de regeling van gemeenschap wordt dit onderscheid niet gemaakt: art. 3:170 lid 2 BW en art. 3:171 BW hebben op beide soorten procedures betrekking. De regeling van derdenbeslag kent een met art. 3:245 BW en art. 3:218 BW vergelijkbare bepaling (art. 477b lid 3 Rv), die echter betrekking heeft op het voeren van een procedure jegens de schuldenaar van de beslagen vordering.
77. Is bij de stille cessie een privatieve last tot inning verleend, dan heeft deze in beginsel alleen betrekking op het voeren van procedures jegens de schuldenaar, en niet op procedures jegens derden. Of de stille cedent tot het voeren van deze procedures ook ( exclusief) bevoegd is, dient afzonderlijk te worden vastgesteld. Dat hij daartoe bevoegd is op grond van zijn beheersbevoegdheid, is niet uitgesloten, maar hij is daartoe niet bevoegd op grond van zijn inningsbevoegdheid.3