NJB 2025/490
Doorlaatverbod, 126ff Sv: herhaling en toepassing HR 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9915 (over art. 126ff Sv) en HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889 (over art. 359a Sv): bij toepassing van art. 359a lid 2 Sv in geval van een onherstelbaar vormverzuim houdt de rechter rekening met onder meer het belang van het geschonden voorschrift. Art. 126ff lid 1 Sv houdt verband met de schadelijkheid voor de volksgezondheid en het gevaar voor de veiligheid die aan het aanwezig of voorhanden hebben van bepaalde voorwerpen zijn verbonden; het beoogt niet de belangen te beschermen van de persoon die ervan wordt verdacht strafbare gedragingen te verrichten m.b.t. de in art. 126ff lid 1 Sv genoemde voorwerpen. Wanneer de verplichting van art. 126ff lid 1 Sv niet is nageleefd, bestaat geen grond voor strafvermindering. Verder kan dan het bewijsmateriaal dat ziet op de gedragingen van de verdachte in relatie tot de in art. 126ff lid 1 Sv genoemde voorwerpen, niet worden aangemerkt als bewijs dat het uitsluitende en rechtstreekse gevolg is van het niet-naleven van de verplichting van art. 126ff lid 1 Sv. Ook vormt het niet-naleven van de verplichting van art. 126ff lid 1 Sv niet een inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:304
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/04433
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:304, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:13, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑08‑2024
- Wetingang
(art. 126ff, 359a Sv)
Essentie
Doorlaatverbod, 126ff Sv: herhaling en toepassing HR 2 juli 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9915 (over art. 126ff Sv) en HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889 (over art. 359a Sv): bij toepassing van art. 359a lid 2 Sv in geval van een onherstelbaar vormverzuim houdt de rechter rekening met onder meer het belang van het geschonden voorschrift. Art. 126ff lid 1 Sv houdt verband met de schadelijkheid voor de volksgezondheid en het gevaar voor de veiligheid die aan het aanwezig of voorhanden hebben van bepaalde voorwerpen zijn verbonden; het beoogt niet de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.