Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.3.1:12.3.1 Bevoegde en onbevoegde doorverkoop van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.3.1
12.3.1 Bevoegde en onbevoegde doorverkoop van onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90784:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Doorgaans bedingt een leverancier in het Duitse recht een eigendomsvoorbehoud als hij zaken op krediet levert. Dit heeft tot gevolg dat de koper beschikkingsonbevoegd is ten aanzien van de onvoorwaardelijke eigendom van de zaken totdat de opschortende voorwaarde is vervuld.
Om te bewerkstelligen dat de koper toch zijn bedrijf kan uitoefenen en een opbrengst kan genereren waarmee hij de vordering van de leverancier kan voldoen, kan de leverancier de koper machtigen tot doorverkoop (§185 BGB). Aan deze machtiging kan de leverancier voorwaarden verbinden. De koper kan bijvoorbeeld bevoegd zijn tot doorverkoop binnen zijn normale bedrijfsuitoefening. Deze machtiging en daaraan gekoppelde voorwaarden hebben evenals in het Nederlandse recht goederenrechtelijke werking. Blijft de koper binnen de voorwaarde, dan is hij beschikkingsbevoegd om de onvoorwaardelijke eigendom van de zaken over te dragen aan een afnemer. De leverancier verliest hierdoor zijn eigendomsvoorbehoud.1
Zonder machtiging is de koper beschikkingsonbevoegd ten aanzien van de zaken. Draagt hij de zaken desondanks over, dan verkrijgt de afnemer slechts de onvoorwaardelijke eigendom indien hij een geslaagd beroep doet op derdenbescherming ex §932 BGB of, indien de afnemer een professionele partij is, op §366 lid 1 HGB.2
Deze bepalingen kennen met de Nederlandse regeling van derdenbescherming vergelijkbare vereisten. De afnemer dient de zaken om baat en te goeder trouw te hebben gekregen door middel van een levering anders dan een levering cp.3 In het Duitse recht is de afnemer niet te goeder trouw, indien hij bekend is of had moeten zijn met de beschikkingsonbevoegdheid van de koper, maar het niet weet vanwege een Grober Fahrlässigkeit aan zijn zijde (§932 lid 2 BGB (jo. §366 HGB)). Hiervan is sprake als de afnemer de in het verkeer vereiste zorg in het concrete geval in zware mate schendt.4 Wetenschap bij de afnemer van het eigendomsvoorbehoud leidt niet noodzakelijkerwijs tot de conclusie dat hij niet te goeder trouw is. Ook al weet de afnemer dat de koper geen eigenaar is, hij heeft bijvoorbeeld geen reden om te twijfelen aan de bevoegdheid van de koper om de zaken over te dragen.5