Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.3.3
12.3.3 Botsing van de verlengde zekerheid met andere zekerheidsrechten
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90884:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Het Duitse recht kent namelijk slechts het openbare pandrecht.
Baur/Baur & Stürner 2009, p. 814-815.
BGH 30 april 1959, NJW 1959, 1533. Baur/Baur & Stürner 2009, p. 853; Bülow 2012, nr. 1655; Staudinger/Beckmann 2013, §449 BGB, nr. 167; Verheul, NTBR 2014/16, paragraaf 5.1; MünchKomm/Roth & Kieninger 2016, §398 BGB, nr. 140-149; MünchKomm/Oechsler 2017, Anh. §§929–936 BGB, nr. 22.
Zie hoofdstuk 2, paragraaf 2.3.
Serick 1976, p. 24; Brinkmann 2011, p. 208.
Brinkmann 2011, p. 208.
Serick 1976, p. 24.
In de praktijk is de leverancier niet de enige schuldeiser die gebruik maakt van de zekerheidscessie. Ook andere schuldeisers gebruiken dit zekerheidsinstrument.1 In het bijzonder zal de bank van de koper doorgaans eerder alle huidige en toekomstige vorderingen (bij voorbaat) aan zich hebben laten cederen.2 Deze Globalzession lijkt het Eigentumsvorbehalt mit Vorausabtretungsklausel illusoir te maken, omdat de oudere cessie ten gunste van de bank voorrang heeft op grond van het Prioritätsprinzip.3
Het BGH heeft echter beslist dat de Globalzession onder omstandigheden unwirksamis wegens strijd met de wet (§134 BGB) en/of de goede zeden (§138 lid 1 BGB). Met deze alomvattende zekerheidscessie ‘dwingt’ de bank de koper om wanprestatie te plegen jegens de leverancier. De leverancier draagt de zaken immers over onder eigendomsvoorbehoud met de afspraak dat de vordering uit doorverkoop aan hem wordt gecedeerd. Deze afspraak kan de koper echter niet nakomen, omdat de vordering al tot zekerheid aan de bank is gecedeerd (bij voorbaat). Hij zal wanprestatie plegen jegens de leverancier (Vertragsbruch). Daarnaast moet de koper de leverancier noodzakelijkerwijs misleiden bij het overeenkomen van een eigendomsvoorbehoud met Vorausabtretungsklausel.4 Volgens het BGH wordt de koper hiertoe ‘gedwongen’ door de bank, omdat aan hem alle vorderingen (bij voorbaat) tot zekerheid zijn gecedeerd. Hierbij wordt aangenomen dat de bank wetenschap heeft of behoort te hebben van het verlengde eigendomsvoorbehoud of van het feit dat in de branche gebruik wordt gemaakt van dit eigendomsvoorbehoud.
Het BGH meent dat hierom de Globalzession aan de bank ongeldig is, waardoor de vorderingen rechtsgeldig aan de leverancier worden gecedeerd.5 Dit wordt de Vertragsbruchtheorie genoemd.In de eerste arresten beargumenteert het BGH dit resultaat met het technisch-juridische argument dat de bank de koper dwingt tot misleiding van en wanprestatie jegens de leverancier. Tegenwoordig wordt deze uitkomst (mede) gebaseerd op het argument dat tussen de prestatie van de leverancier en de vordering uit doorverkoop op de afnemer een nauwe band bestaat die rechtvaardigt dat de leverancier hiervan zekerheidseigenaar wordt en niet de bank.6 Op deze grondslag wordt eveneens de voorrangspositie van de leverancier met betrekking tot de geleverde zaken, het oorspronkelijke onderpand, gerechtvaardigd.7
Een arrest van het BGH uit 2004 vormt hiervan een illustratie. Het BGH oordeelde in dit arrest dat de leverancier een besondere Schutzbedürfnis heeft. Er is sprake van een direkter Zusammenhang tussen de prestatie van de leverancier en de vordering uit doorverkoop.8 De leverancier heeft de doorverkoop mogelijk gemaakt door de levering van de zaken aan de koper en hiermee het vermogen van de koper vergroot.9 De vordering is het surrogaat van de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak.10 Voor de geldkredietverstrekker met een Globalzession bestaat een dergelijke nauwe band tussen zijn prestatie (de kredietverstrekking) en de vordering uit doorverkoop niet. Zou aan hem toch de vordering worden gecedeerd dan komt aan hem de waarde van de zaak toe, terwijl de leverancier de doorverkoop mogelijk heeft gemaakt.11
Kortom, het BGH acht het gerechtvaardigd dat de leverancier de zekerheidseigendom van de vorderingen verkrijgt en zich kan verhalen op het surrogaat van de geleverde zaken indien de koper de tegenprestatie niet voldoet.12