NJB 2025/377:Recht op rechtsbijstand tijdens het verhoor, art. 6 EVRM: herhaling en toepassing HR 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1985. In casu heeft de verdachte een voor het bewijs gebruikte verklaring (over zijn telefoonnummer) zonder bijstand van een raadsman afgelegd tijdens een politieverhoor in een eerdere strafzaak, terwijl de verdachte geen afstand had gedaan van het recht op verhoorbijstand en niet is gebleken van een dwingende reden de verdachte in dat recht te beperken. Het hof heeft getoetst aan de relevante factoren uit de rechtspraak van het EHRM en kon oordelen dat het gebruik voor het bewijs van deze verklaring niet onverenigbaar is met art. 6 EVRM. Recht op horen van getuigen Post-Keskin in oplichtingszaak, art. 6 EVRM: in gevallen waarin de rechter voor het bewijs gebruik wil maken van een getuigenverklaring, terwijl de verdediging – ondanks het nodige initiatief – niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om ten aanzien van die getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, moet de rechter nagaan of het proces als geheel eerlijk is verlopen. Herhaling toepasselijke toetsingsschema. In casu kon het hof oordelen dat de bewezenverklaring niet in beslissende mate steunt op de bestreden getuigenverklaringen en dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, ook zonder dat er nog andere compenserende factoren waren. A-G: anders.