NJB 2026/13:Ook bij een zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn in een jeugdzaak kan een dergelijke overschrijding op zichzelf – dus zonder dat daarnaast is vastgesteld dat (mede) als gevolg van die overschrijding sprake is van een zodanig ernstige inbreuk op de verdedigingsrechten van de verdachte dat van een eerlijk proces geen sprake meer kan zijn – nooit leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte.