NJB 2026/13
Ook bij een zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn in een jeugdzaak kan een dergelijke overschrijding op zichzelf – dus zonder dat daarnaast is vastgesteld dat (mede) als gevolg van die overschrijding sprake is van een zodanig ernstige inbreuk op de verdedigingsrechten van de verdachte dat van een eerlijk proces geen sprake meer kan zijn – nooit leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte.
HR 09-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1875
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 december 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Damsteegt
- Zaaknummer
25/00821 J
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1875, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:995, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑06‑2025
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Ook bij een zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn in een jeugdzaak kan een dergelijke overschrijding op zichzelf – dus zonder dat daarnaast is vastgesteld dat (mede) als gevolg van die overschrijding sprake is van een zodanig ernstige inbreuk op de verdedigingsrechten van de verdachte dat van een eerlijk proces geen sprake meer kan zijn – nooit leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte.
Uitspraak
Inleiding
OM-cassatie in jeugdzaak. In deze zaak gaat het om – kort gezegd – zware mishandeling van een baby door de minderjarige vader (art. 302 lid 1 Sr). ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.