RBP 2023/93
Litispendentie. Is voor aanhouding en onbevoegdverklaring op grond van art. 12 Rv alleen vereist dat buitenlandse (veroordelende) beslissing vatbaar is voor erkenning in Nederland of is vereist dat zij ook vatbaar is voor tenuitvoerlegging in Nederland?
HR 29-09-2023, ECLI:NL:HR:2023:1266
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
29 september 2023
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/01667
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- JCDI
JCDI:ADS937370:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Alimentatie
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1266, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 29‑09‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1043, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑11‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑05‑2022
- Wetingang
Art. 12 Rv
Essentie
Litispendentie.
Is voor aanhouding en onbevoegdverklaring op grond van art. 12 Rv alleen vereist dat buitenlandse (veroordelende) beslissing vatbaar is voor erkenning in Nederland of is vereist dat zij ook vatbaar is voor tenuitvoerlegging in Nederland?
Samenvatting
Partijen zijn in 2012 in Marokko met elkaar gehuwd op grond van islamitisch recht. In 2013 zijn zij in Nederland met elkaar gehuwd. De man heeft op 19 augustus 2019 bij de rechtbank te Marrakesh, Marokko, een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend (hierna: de Marokkaanse procedure). In de Marokkaanse procedure is bij beschikking van 12 maart 2020 (hierna: de Marokkaanse ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.