De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift
Einde inhoudsopgave
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/5.2.1:2.1 De gemeenschappen die voor verdeling vatbaar zijn
De huwelijksgemeenschap en verkrijgingen krachtens erfrechtelijke titel en gift (R&P nr. PFR10) 2024/5.2.1
2.1 De gemeenschappen die voor verdeling vatbaar zijn
Documentgegevens:
Mr. T.M. Subelack, datum 02-01-2024
- Datum
02-01-2024
- Auteur
Mr. T.M. Subelack
- JCDI
JCDI:ADS948145:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 3:189 lid 2 BW, dat bepaalt dat voor de aldaar genoemde bijzondere gemeenschappen de bepalingen van de Tweede Afdeling van Titel 3.7 BW gelden alsmede de bepalingen van de Eerste Afdeling, voor zover daarvan in de Tweede Afdeling niet wordt afgeweken. Vgl. paragraaf 2.1 van hoofdstuk 3.
Vgl. Van Mourik & Schols, Gemeenschap (Mon. BW nr. B9) 2015/4 en M.J.A. van Mourik, De personenvennootschap (Studiepockets Privaatrecht nr. 22) 1993/7.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
212. In Titel 3.7 BW zijn twee artikelen die van belang zijn voor het antwoord op de vraag wat het rechtskarakter en de werking van de verdeling zijn. Dat zijn artikel 3:182 en 3:186 BW. Deze artikelen bevinden zich in de Eerste Afdeling van Titel 3.7 BW. Zij zijn dus van toepassing op alle gemeenschappen waarop de bepalingen van Titel 3.7 BW van toepassing zijn.1 Hetgeen in dit hoofdstuk over de werking en het rechtskarakter van de verdeling wordt opgemerkt, geldt dus voor (de verdeling van) alle gemeenschappen van Titel 3.7 BW. Gemeenschappen waarop de bepalingen van Titel 3.7 BW (nog) nietvan toepassing zijn, zijn niet voor verdeling vatbaar. Dat zijn de gemeenschappen die zijn genoemd in artikel 3:189 lid 1 BW. Daaronder valt ook de niet-ontbonden huwelijksgemeenschap, die in het vorige hoofdstuk centraal stond. Veelal zijn deze gemeenschappen dienstbaar aan een samenlevings- of samenwerkingsverband. Dat geldt met name voor de vennootschappelijke goederengemeenschap en de huwelijksgemeenschap. De vennootschappelijke goederengemeenschap is dienstbaar aan de overeenkomst van maatschap (artikel 7:1655 BW), terwijl de huwelijksgoederengemeenschap dienstbaar is aan het huwelijk dat tussen echtgenoten is gesloten (artikel 1:30 BW). Voor deze gemeenschappen geldt dat de goederen die zich daarin bevinden, zijn gebonden aan het samenlevings-/samenwerkingsverband waaraan zij dienstig zijn.2 Zolang dat samenlevings-/of samenwerkingsverband bestaat, moeten deze goederen dus bijeen blijven. Om die reden worden deze gemeenschappen pas voor verdeling vatbaar nadat het onderliggende samenlevings-/samenwerkingsverband is beëindigd.