NJB 2024/2598:Uitsluiting van strafvervolging voor diefstal en stroperij van de dader of medeplichtige indien deze de niet van tafel en bed of van goederen gescheiden echtgenoot is van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd, art. 316 lid 1 Sr: is deze bepaling ook van toepassing wanneer de verdachte en de aangeefster alleen zijn gehuwd volgens de islamitische wetgeving? Van een ‘echtgenoot’ in de zin van deze bepaling is sprake in geval van een ten tijde van het begaan van het tenlastegelegde feit bestaand (a) huwelijk dat is gesloten op grond van Boek 1, Titel 5, BW, of (b) geregistreerd partnerschap dat is aangegaan op grond van Boek 1, Titel 5a BW, of (c) huwelijk dat rechtsgeldig buiten Nederland is gesloten en in Nederland voor erkenning in aanmerking komt op grond van Boek 10, Titel 3, BW. Volgens de Hoge Raad kon het hof oordelen dat de verdachte niet kan worden aangemerkt als een ‘echtgenoot’ in de zin van art. 316 lid 1 Sr en dat het OM ontvankelijk is in de vervolging (A-G: anders). Geen schending van het gelijkheidsbeginsel.