Einde inhoudsopgave
RvdW 2014/772
Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep op grond van art. 416 Sv na niet uitgewerkt vonnis.
HR 20-05-2014, ECLI:NL:HR:2014:1179
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 mei 2014
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend
- Zaaknummer
13/01479
- Conclusie
A-G mr. W.H. Vellinga
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:1179, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑05‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:418, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑04‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑06‑2013
- Wetingang
Essentie
De kantonrechter heeft ten onrechte volstaan met het doen opmaken van een door hem gewaarmerkte aantekening als bedoeld in art. 395a lid Sv (zg. stempelvonnis), nu binnen drie maanden na de uitspraak hoger beroep is ingesteld en geen sprake was van een vonnis dat onder het verlofstelsel valt. Dat de kantonrechter heeft verzuimd het vonnis in het proces-verbaal van de terechtzitting aan te tekenen, betekent niet dat het hof gehouden was ambtshalve de zaak inhoudelijk te boordelen. Het hof kon verdachte dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep omdat hij geen schriftuur had ingediend, noch mondeling bezwaren tegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.