Prg. 2018/8
In het kader van opvolgend werkgeverschap en transitievergoeding dienen werkgeverswisselingen van voor 1 juli 2015 te worden beoordeeld aan de hand van het ‘oude recht’. Ook heeft een aanzegging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet zonder meer te gelden als een opzegging. Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
HR 17-11-2017, ECLI:NL:HR:2017:2905
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
17 november 2017
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
16/06096
- Conclusie
A-G mr. L. Timmerman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:2905, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 17‑11‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:1252, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 14‑07‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑12‑2016
- Wetingang
Art. 7:668, 7:668a, 7:673 BW
Essentie
Arbeidsrecht. Heeft aanzegging van arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te gelden als opzegging?
Ja/Nee. Bij de uitleg van een aanzegging zijn alle omstandigheden van het geval van belang.
Samenvatting
In 2014 failleert werkgever. De curator verkoopt activa aan een derde, die de activiteiten voortzet. Met 23 van de 51 werknemers wordt op 10 juni 2014 een arbeidsovereenkomst gesloten voor bepaalde tijd van drie maanden. De arbeidsovereenkomsten zijn vervolgens een jaar verlengd tot 10 september 2015. Wegens tegenvallende resultaten worden de activiteiten gestaakt. Werkgever zegt het einde van de arbeidsovereenkomst aan. Werknemer beroept zich op opvolgend werkgeverschap en stelt dat sprake ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.