NJB 2025/1110
Incidenteel hoger beroep. Proceskostenveroordeling. Hoge Raad: De omstandigheid dat eiseres/ geïntimeerde, die door de rechtbank in het gelijk was gesteld, in de vorm van een (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep verweer heeft gevoerd, mag niet ertoe leiden dat verwerping van haar verweren – en dientengevolge de verwerping van het incidentele hoger beroep – haar op een kostenveroordeling komt te staan.
HR 23-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:801
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01187
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:801, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1346, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑12‑2024
- Wetingang
(art. 339 lid 3 Rv)
Essentie
Incidenteel hoger beroep. Proceskostenveroordeling. Hoge Raad: De omstandigheid dat eiseres/ geïntimeerde, die door de rechtbank in het gelijk was gesteld, in de vorm van een (voorwaardelijk) incidenteel hoger beroep verweer heeft gevoerd, mag niet ertoe leiden dat verwerping van haar verweren – en dientengevolge de verwerping van het incidentele hoger beroep – haar op een kostenveroordeling komt te staan.
Partij(en)
EMS, adv. mr. K. Aantjes, vs. A, adv. mr. D. Rijpma.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
Partijen hebben een overeenkomst gesloten tot medische repatriëring door EMS van A en haar partner van Italië naar de Verenigde Staten. Uit hoofde van die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.