Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang
Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/1.2.1:1.2.1 Plan van behandeling
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/1.2.1
1.2.1 Plan van behandeling
Documentgegevens:
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS349204:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 2 behandel ik eerst het fenomeen van synthetische belangen aan de hand van de belangrijkste verschijningsvormen en de redenen voor het gebruik ervan en ga ik kort in op de omvang van het gebruik. In hoofdstuk 3 komt de vraag aan de orde in hoeverre synthetische belangen problematisch zijn, aan de hand van een beschrijving van de veronderstelde koppeling van juridisch en economisch belang en van de controversiële aspecten van het gebruik van synthetische belangen. Daar komen ook verschillende voorgestelde oplossingsrichtingen aan de orde. In hoofdstuk 4 worden uit regelgeving en jurisprudentie waarin bepaalde synthetische (economische) belangen al een plaats hebben gekregen – de regeling van certificaten van aandelen in Boek 2 BW, de regels voor het melden van kapitaalbelang in uitgevende instellingen en de jurisprudentie over de toegang tot het enquêterecht – verschillende kenmerken van synthetische belangen afgeleid. Die kenmerken brengen enige structuur in de verscheidenheid van synthetische (economische) belangen. Zij verschaffen voorts criteria voor de beantwoording van de vraag aan welke synthetische (economische) belangen eventueel vennootschapsrechtelijke rechten en verplichtingen kunnen worden verbonden.
Op basis van die inleidende analyse komen de drie genoemde constellaties van rechten en verplichtingen aan de orde die het vennootschapsrecht verbindt aan het houden van aandelen: besluitvormingsrechten, de redelijkheid en billijkheid van artikel 2:8 BW en het enquêterecht. In de hoofdstukken 5, 6 en 7 is steeds de vraag in hoeverre synthetische belangen in de daar beschreven rechten en verplichtingen kunnen worden ingebed. Het gaat erom of die rechten en verplichtingen naar geldend recht (i) ook kunnen toekomen aan of rusten op houders van economische belangen en (ii) gelden voor een aandeelhouder die geen economisch belang bij zijn aandelen heeft. Voor zover die rechten en verplichtingen niet kunnen gelden voor houders van economische belangen maar wel gelden voor een aandeelhouder die geen economisch belang bij zijn aandelen heeft, is de vraag of het wenselijk is het vennootschapsrecht zo aan te passen dat die economische belangen wel onder de reikwijdte van die rechten en verplichtingen komen te vallen, en aandeelhouders zonder economisch belang juist niet (meer). Steeds is van belang welke impact de inbedding van synthetische belangen in het vennootschapsrecht heeft op het controversiële gebruik van synthetische belangen. Op enkele punten doe ik voorstellen tot aanpassing van de wetgeving.