Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang
Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/1.2.3:1.2.3 Rechtsvergelijking
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/1.2.3
1.2.3 Rechtsvergelijking
Documentgegevens:
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS348006:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek heeft betrekking op de inbedding van synthetische belangen in het Nederlandse vennootschapsrecht. De beschrijving van het fenomeen van synthetische belangen is echter mede ontleend aan buitenlandse literatuur. Gedachten over synthetische belangen en de vraag hoe daarmee om te gaan zijn in eerste instantie vooral in Amerikaanse literatuur ontwikkeld. De schets van de problemen die voortvloeien uit het gebruik van synthetische belangen en van mogelijke oplossingsrichtingen is daarom mede gebaseerd op Amerikaanse (en latere andere buitenlandse) literatuur. Bij de vraag naar het belang van de koppeling tussen juridisch en economisch belang, heb ik een beknopt onderzoek gedaan naar wetgeving en literatuur in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten (Delaware), jurisdicties waar meer over het onderwerp is geschreven en waar zich ook (meer) praktijkvoorbeelden hebben voorgedaan (zie paragraaf 3.2.5b). De voorbeelden van controversiële aspecten van het gebruik van synthetische belangen in paragraaf 3.3 zijn vrijwel alle ontleend aan buitenlandse jurisprudentie en literatuur. De inbedding van synthetische belangen is een vraag van Nederlands recht. Ten aanzien van een onderdeel daarvan, de vraag of besluitvormingsrechten van aandeelhouders zonder economisch belang bij hun aandelen of met een netto negatief belang bij hun aandelen, moeten of kunnen worden beperkt (zie paragraaf 5.3.3), heb ik eveneens enig onderzoek gedaan naar literatuur en wetgeving in de hiervoor genoemde jurisdicties, in het bijzonder naar de rol van leerstukken als de redelijkheid en billijkheid of goede trouw, zie paragraaf 6.4.2.