NJB 2024/782
De verdachte die is aangehouden voor een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, moet onder meer worden medegedeeld dat de bijstand van een raadsman kosteloos is. Als de verdachte afstand heeft gedaan van zijn bijstandsrecht, maar daarbij sprake is van een vormverzuim in die zin dat niet alle in verband met de aanhouding en het verhoor van de verdachte voorgeschreven mededelingen volledig en in alle opzichten juist zijn gedaan, moet de rechter, indien daarover verweer wordt gevoerd, op grond van art. 359a Sv beoordelen of aan dat verzuim een rechtsgevolg moet worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt.
HR 19-03-2024, ECLI:NL:HR:2024:412
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 maart 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/00560
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:412, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑03‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:93, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑03‑2023
- Wetingang
Essentie
De verdachte die is aangehouden voor een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, moet onder meer worden medegedeeld dat de bijstand van een raadsman kosteloos is. Als de verdachte afstand heeft gedaan van zijn bijstandsrecht, maar daarbij sprake is van een vormverzuim in die zin dat niet alle in verband met de aanhouding en het verhoor van de verdachte voorgeschreven mededelingen volledig en in alle opzichten juist zijn gedaan, moet de rechter, indien daarover verweer wordt gevoerd, op grond van art. 359a Sv beoordelen of aan dat verzuim een rechtsgevolg moet worden verbonden en, zo ja, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.