NJF 2011/339
Retentierecht. Onderaannemer mag zich geen feitelijke macht toe-eigenen teneinde een retentierecht te kunnen uitoefenen.
Rb. Rotterdam (vzr.) 03-05-2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ4141 (Verogo)
- Instantie
Rechtbank Rotterdam (Voorzieningenrechter)
- Datum
3 mei 2011
- Magistraten
Mr. A.F.L. Geerdes
- Zaaknummer
374363 / KG ZA 11-209
- LJN
BQ4141
- Roepnaam
Verogo
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2011:BQ4141, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam (Voorzieningenrechter), 03‑05‑2011
- Wetingang
BW art. 3:290, 291
Essentie
Retentierecht. Onderaannemer mag zich geen feitelijke macht toe-eigenen teneinde een retentierecht te kunnen uitoefenen.
Samenvatting
Een onderaannemer beroept zich op een retentierecht met betrekking tot een bouwplaats omdat de hoofdaannemer een aantal facturen onbetaald heeft gelaten. De eigenaar van het terrein vordert in kort geding verwijdering van de door de onderaannemer aangebrachte sloten en borden. De voorzieningenrechter wijst de vordering toe, zij het onder voorwaarde dat de eigenaar ten behoeve van de onderaannemer een bankgarantie stelt. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de hekken om de bouwplaats door de hoofdaannemer zijn geplaatst en door hem van sloten zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.