Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/374
Als leider deelnemen aan criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met hennepteelt (art. 11a (oud) Opiumwet jo. 140 lid 3 (oud) Sr), medeplegen telen en aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep, meermalen gepleegd (art. 3 onder B en 3 onder C jo. 11 lid 3 en 11 lid 5 Opiumwet), (medeplegen) witwassen van geldbedragen, percelen grond, zomerhuis in Turkije en diverse andere goederen, meermalen gepleegd (art. 420bis lid 1 sub a en art. 420bis lid 1 sub b Sr) en voorhanden hebben van pistool en patronen (art. 26 lid 1 WWM). Afwijzing van getuigenverzoek op de grond dat hof in strafzaken van verdachte en medeverdachten gelijktijdig uitspraak wil doen en horen van getuige in Turkije ervoor zou zorgen dat afdoening van die strafzaken langer op zich zou laten wachten. Aannemelijk dat getuige niet binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord a.b.i. art. 288 lid 1 sub a Sv? Bewezenverklaring steunt onder meer op bewijsmiddelen waarin uitlatingen zijn opgenomen die getuige heeft gedaan tijdens heimelijk afgeluisterde gesprekken. Bij toepassing van art. 288 lid 1 sub a Sv staat vraag voorop of het mogelijk is getuige binnen afzienbare termijn te (doen) horen (vgl. NJ 2022/156). Hof heeft aan oordeel dat het onaannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord in de kern ten grondslag gelegd dat het in strafzaken van verdachte en medeverdachten gelijktijdig uitspraak wil doen en dat horen van getuige ervoor zou zorgen dat definitieve afdoening in alle strafzaken langer op zich zou laten wachten. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk, nu uit p-v van Rh-C volgt dat (i) getuige ruim een maand voorafgaand aan deze beslissing traceerbaar en beschikbaar was voor verhoor, maar dat verhoor t.g.v. misverstand niet is doorgegaan en (ii) Turkse autoriteiten en getuige bereid waren mee te werken aan nieuwe datum voor verhoor. Volgt (partiƫle) vernietiging en terugwijzing.
HR 19-03-2024, ECLI:NL:HR:2024:416
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 maart 2024
- Magistraten
Mrs.Ā M.J.Ā Borgers, A.L.J.Ā vanĀ Strien, T.B.Ā Trotman
- Zaaknummer
22/02855
- Conclusie
A-GĀ mr.Ā D.J.M.W.Ā Paridaens
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:416, Uitspraak, Hoge Raad, 19ā03ā2024
Essentie
Als leider deelnemen aan criminele organisatie die zich op grote schaal bezighoudt met hennepteelt (art. 11a (oud) Opiumwet jo. 140 lid 3 (oud) Sr), medeplegen telen en aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep, meermalen gepleegd (art. 3 onder B en 3 onder C jo. 11 lid 3 en 11 lid 5 Opiumwet), (medeplegen) witwassen van geldbedragen, percelen grond, zomerhuis in Turkije en diverse andere goederen, meermalen gepleegd (art. 420bis lid 1 sub a en art. 420bis lid 1 sub b Sr) en voorhanden hebben van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.