Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/11.5.1
11.5.1 De gevolgen van zaaksvorming voor de purchase-money security interest
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90750:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Onder dit begrip vallen ook de leerstukken van eigenlijke vermenging en oneigenlijke vermenging. Zie daarom ook hoofdstuk 9, paragraaf 9.5 en hoofdstuk 10, paragraaf 10.5.
Zie over de regeling van natrekking in §9-335 UCC, hoofdstuk 8, paragraaf 8.5.
Frisch, Minnesota Law Review 1985/1, p. 26.
Zie over het directe conflict ook hoofdstuk 9, paragraaf 9.5.2.1.
Er wordt wel een onderscheid gemaakt tussen voltooide en onvoltooide zekerheidsrechten. Voltooide zekerheidsrechten komen in rang voor de onvoltooide, ongeacht het tijdstip van vestiging dan wel voltooiing.
Dit resultaat is vergelijkbaar met de situatie naar Duits recht waar meerdere leveranciers een Verarbeitungsklausel hebben bedongen. Zie hoofdstuk 11, paragraaf 11.3.2.
Zie over het indirecte conflict, hoofdstuk 9, paragraaf 9.5.2.2.
Worden zaken verwerkt of bewerkt tot een nieuwe zaak en verliezen zij hun oorspronkelijke ‘identiteit’, dan is sprake van zaaksvorming (commingling).1 Er ontstaat één zaak en de oorspronkelijke zaken houden juridisch gezien op te bestaan. Zaaksvorming onderscheidt zich van natrekking (accession) waar de oorspronkelijke zaken juist niet hun identiteit verliezen door de bewerking.2
Zaaksvorming heeft tot gevolg dat de zekerheidsrechten op de oorspronkelijke zaken vervallen (§9-336 sub b UCC). Dit geldt ook voor de purchase-money security interest. Om de leverancier, evenals andere zekerheidsnemers, te beschermen tegen dit rechtsverlies, kent Article 9 UCC van rechtswege een vervangend zekerheidsrecht toe op de gevormde zaak (§9-336 sub c en d UCC).3 Niet relevant is wie eigenaar wordt van de nieuwe zaak; dit kan de koper als of een derde zijn. Anders dan in het Nederlandse recht ‘verlengt’ de voorrangspositie van de leverancier zich dus steeds tot de nieuwe zaak, onafhankelijk van de eigendomstoewijzing bij zaaksvorming.
De ‘vervangende’ purchase-money security interest komt te rusten op de gehele zaak. Worden meerdere bezwaarde zaken gebruikt bij de vorming, dan verkrijgt iedere zekerheidsnemer een zekerheidsrecht op de nieuwe zaak. Deze zekerheidsrechten zijn gelijk in rang (§9-336 sub f UCC).4 Dit geldt ook voor de purchase-money security interest van de leverancier die zich voortzet op de nieuwe zaak. Ook zijn de tijdstippen van voltooiing van de oorspronkelijke zekerheidsrechten irrelevant.5 De first-in-time, first-in-right-regel is niet van toepassing. Bij een executie van het onderpand delen de zekerheidsnemers pro rata in de opbrengst. De pro rata-verdeling wordt gebaseerd op de waarde van het oorspronkelijke onderpand en niet de hoogte van de gesecureerde vordering.6
Heeft de eigenaar van de nieuwe zaak bij voorbaat een zekerheidsrecht gevestigd en voltooid op deze zaak ten gunste van een andere schuldeiser, dan wordt de rangorde tussen dit zekerheidsrecht en de purchase-money security interest bepaald aan de hand van de algemene prioriteitsregels van §9-322 e.v. UCC. Men kan hierbij denken aan de situatie dat een geldkredietverstrekker een zekerheidsrecht verkrijgt op de nieuwe zaak waarop de leverancier reeds van rechtswege een purchase-money security interest heeft verkregen. Door de toepassing van de algemene prioriteitsregels heeft de leverancier een hoger gerangschikt zekerheidsrecht, omdat zijn purchase-money security interest superprioriteit heeft op grond van §9-324 UCC.7