NJB 2025/2765:Redelijke termijn, art. 6 EVRM: wanneer is 16-maandentermijn en wanneer 2-jaarstermijn van toepassing als de verdachte gedurende een deel van een procesfase van zijn vrijheid is benomen omdat hij zich in verband met de zaak in voorlopige hechtenis bevindt? De 16-maandentermijn geldt als de verdachte gedurende een procesfase in totaal zestien maanden of langer heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis. Niet (daarnaast) bepalend is of de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef op de dag dat zestien maanden zijn verstreken. De 2-jaarstermijn geldt als uitgangspunt als de verdachte tijdens een procesfase minder dan 16 maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechter kan daarvan echter afwijken – en dan kiezen voor het uitgangspunt van afronding binnen 16 maanden – als de verhouding tussen de tijd die de verdachte in de betreffende procesfase in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en de tijd waarin dat niet het geval is geweest, daartoe aanleiding geeft.