Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/8.3.2
8.3.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS589489:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Dit laat de eventuele aansprakelijkheid van de oude schuldeiser jegens de nieuwe schuldeiser in de periode tussen koop en overdracht onverlet. Zie hierna nr. 687 en 722.
Zie ook hiervóór nr. 106.
Voor de schuldenaar volgt hetzelfde uit art. 6:145 BW, dat bepaalt dat de overgang van de vordering de verweermiddelen van de schuldenaar onverlet laat.
Vgl. het verzuim van de schuldenaar dat door de overgang van de vordering evenmin komt te vervallen. Zie hiervóór nr. 107-108.
480. Een schuldeiser mag met uitsluiting van een ieder zelf bepalen of hij de aan hem toegekende, wettelijke bevoegdheden uitoefent of niet. Vóór de overgang van de vordering mag de oude schuldeiser derhalve bepalen of hij (verder in rechte) nakoming vordert en betalingen in ontvangst neemt; mi de overgang mag de nieuwe schuldeiser dit bepalen.1 In voorkomende gevallen kan de nieuwe schuldeiser de medewerking nodig hebben van de oude schuldeiser om niet in schuldeisersverzuim te raken, bijvoorbeeld als de nieuwe schuldeiser herstel van een non-conforme zaak ( dat is: nakoming) vordert, en de non-conforme zaak zich bij de oude schuldeiser bevindt, omdat de zaak daar vóór de overgang van de vordering is afgeleverd.2 Verleent de oude schuldeiser de noodzakelijke medewerking niet, dan is hij jegens de nieuwe schuldeiser aansprakelijk.
De rechtsgevolgen van het nalaten van de oude schuldeiser veranderen niet door de overgang van de vordering. De nieuwe schuldeiser kan niet meer rechten verkrijgen dan die de oude schuldeiser had.3 Een lopende verjaring wordt door de overgang niet gestuit; de verjaringstermijn begint door de overgang evenmin opnieuw te lopen. Is de vordering verjaard, dan verkrijgt de nieuwe schuldeiser een natuurlijke verbintenis. Hetzelfde geldt voor procesrechtelijke termijnen. Alleen als partijen vanwege de overgang van de vordering het geding laten schorsen (art. 225 e.v. Rv), worden de termijnen geschorst.
Als de oude schuldeiser vóór de overgang in schuldeisersverzuim was, verkeert de nieuwe schuldeiser na de overgang van de vordering van rechtswege ook in schuldeisersverzuim. Het schuldeisersverzuim komt door de overgang van de vordering niet te vervallen.4 Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:2, 6:248 BW) die rechtsverhouding tussen de schuldenaar en de schuldeiser beheersen vloeit n.m.m. voort dat de schuldenaar op verzoek van de nieuwe schuldeiser dient te laten weten wat aan de kant van de schuldeiser nodig is om het schuldeisersverzuim op te heffen.
Hetzelfde geldt voor de stille cessie. De stille cessionaris mag in beginsel zelf bepalen of hij de inningsbevoegdheid uitoefent of niet, en daartoe bijvoorbeeld een last tot inning aan de stille cedent verleent of mededeling doet van de stille cessie en de inning zelf ter hand neemt. De rechtsgevolgen van het nalaten van de stille cedent vóór de stille cessie veranderen niet door de stille cessie. De stille cessionaris kan niet meer rechten verkrijgen dan de stille cedent heeft.