NJB 2024/444:Afwijzing getuigenverzoeken op terechtzitting en gewijzigde samenstelling gerecht op latere terechtzitting: de afwijzende beslissing is een beslissing in de zin van art. 328 en 331 lid 1 jo art. 315 Sv (die o.g.v. art. 415 Sv ook in hoger beroep van toepassing zijn). Op die beslissing heeft art. 322 lid 4 Sv geen betrekking. In casu is het onderzoek op de latere terechtzitting in verband met de gewijzigde samenstelling van het hof opnieuw aangevangen. Omdat de einduitspraak van het hof niet mede berust op de afwijzende beslissing die het hof op de eerdere terechtzitting heeft genomen op het verzoek tot het horen van de getuigen, is het tegen die afwijzing gerichte cassatiemiddel tevergeefs voorgesteld. Overigens: ook als niet (expliciet) in het p.v. van de terechtzitting is vermeld dat dit onderzoek na een wijziging van de samenstelling van het gerecht – zoals bedoeld in art. 322 lid 3 Sv – opnieuw is aangevangen, kan uit het concrete procesverloop blijken of het onderzoek ter terechtzitting opnieuw is aangevangen. Van belang daarvoor is onder meer de omstandigheid dat het openbaar ministerie de zaak opnieuw heeft voorgedragen.