RBP 2021/70
Termijn herroeping arbitraal vonnis. Vangt bij een beroep op meerdere van de drie herroepingsgronden van art. 1068 Rv. voor elk van de herroepingsgronden een eigen termijn aan?
HR 28-05-2021, ECLI:NL:HR:2021:784
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
28 mei 2021
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.A. Streefkerk, T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
20/00723
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- JCDI
JCDI:ADS291748:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Arbitrage
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:784, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 28‑05‑2021
ECLI:NL:PHR:2020:1204, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑12‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑02‑2020
- Wetingang
Art. 1068 Rv
Essentie
Herroeping. Arbitraal vonnis. Termijn.
Vangt bij een beroep op meerdere van de drie herroepingsgronden van art. 1068 Rv. voor elk van de herroepingsgronden een eigen termijn aan? Kan het begin van deze verschillende termijnen uiteenlopen, of vallen de aanvangsmomenten van deze termijnen samen?
Samenvatting
Een voormalig werknemer heeft begin 2009 met zijn voormalig werkgever, een ziekenhuis, een beëindigingsovereenkomst gesloten, waarin zij zijn overeengekomen dat de werknemer na het dienstverband recht heeft op de wachtgeldregeling uit de CAO Ziekenhuizen. Conform de wachtgeldregeling is de hoogte van het wachtgeld onder meer afhankelijk van de vraag of de werknemer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.