V-N Vandaag 2026/513
Matiging proceskostenvergoeding mogelijk bij gedeeltelijk gelijk ongeacht belang
HR 20-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:283
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 maart 2026
- Zaaknummer
24/04263
25/02185
25/02191
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:HR:2026:460, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:HR:2026:457, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:HR:2026:283, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:994, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:908, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:909, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:907, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad verwerpt de opvatting dat matiging van de proceskostenvergoeding op grond van art. 2 lid 2 Bpb alleen mogelijk is als het behaalde gelijk betrekking heeft op een punt van ondergeschikt belang. Daarnaast kan art. 2 lid 2 Bpb ook worden toegepast als de proceskostenvergoeding al is beperkt op grond van de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm.