Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.2.2.2:6.2.2.2 Beperking aan de hoogte van de schadevergoeding: art. 3:94 lid 3 BW
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.2.2.2
6.2.2.2 Beperking aan de hoogte van de schadevergoeding: art. 3:94 lid 3 BW
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587120:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-11* 2009, nr. 57-58.
Op grond van art. 7:419 BW kan de lasthebber die in eigen naam en voor rekening van zijn lastgever een overeenkomst is aangegaan ook de schade vorderen die de lastgever door een wanprestatie van de wederpartij heeft geleden (de 'drittschade').
Zie Asser/Kortmann 5-Ill 1994, nr. 155; Asser/Tjong Tjin Tai 7-IV* 2009, nr. 253; Cahen 1969a, p. 72 e.v.; Du Perron 1999a.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
335. De omvang van de vervangende schadevergoedingsvordering van de stille cessionaris die ontstaat in de periode tussen de stille cessie en de mededeling aan de schuldenaar wordt begrensd door de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW. Op grond van deze bepaling kan de levering van de vordering niet aan de schuldenaar worden tegengeworpen dan na mededeling daarvan aan hem door de stille cedent of de stille cessionaris. Heeft de stille cessionaris door zijn persoonlijke situatie een hogere schadepost dan de stille cedent zou hebben gehad als hij nog schuldeiser zou zijn geweest, dan kan dit op grond van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW niet aan de schuldenaar worden tegengeworpen. De schuldenaar is niet gehouden tot betaling van een hogere schadevergoeding, dan de schadevergoeding die hij verschuldigd zou zijn geweest als de stille cedent nog zijn schuldeiser was. Mededeling aan de schuldenaar brengt hierin alleen verandering ten aanzien van de schade die ontstaat door een (al dan niet voortdurende) tekortkoming van de schuldenaar ná het moment van mededeling.
Art. 6:98 BW leidt tot een vergelijkbare uitkomst. Een schuldenaar is alleen gehouden tot vergoeding van de schade die hem redelijkerwijs kan worden toegerekend.1 Eén van de factoren daarbij is of de schade redelijkerwijs voorzienbaar was. Daarvoor is mede bepalend de persoonlijke situatie van de schuldeiser jegens wie tekort wordt geschoten. Als de schuldenaar niet van de stille cessie op de hoogte is en daarvan ook niet op de hoogte behoorde te zijn, is hij gehouden tot de vergoeding van de redelijk voorzienbare schade zoals die bij de stille cedent zou zijn ontstaan, niet tot vergoeding van de redelijk voorzienbare schade die bij de stille cessionaris is ontstaan. Ook bij het vorderen van de zogenaamde 'drittschade' door de lasthebber op grond van art. 7:419 BW2 wordt de wederpartij (de schuldenaar) die niet wist en niet kon weten dat de lasthebber voor rekening van de lastgever handel de (of niet wist en niet kon weten wie deze lastgever was) de aansprakelijkheid bespaard voor schadeposten die geheel door de persoonlijke situatie van de lastgever zijn bepaald.3 Het verschil tussen art. 6:98 BW en art. 7:419 BW enerzijds en art. 3:94 lid 3 BW anderzijds is dat bij de stille cessie geen andere factoren een rol spelen dan het antwoord op de vraag of mededeling is gedaan.
336. Valt de schade van de stille cessionaris door zijn persoonlijke omstandigheden lager uit dan de schade die de stille cedent zou hebben geleden als hij de schuldeiser van de hoofdvordering was gebleven, dan kan de stille cedent ten behoeve van de stille cessionaris niet meer schadevergoeding vorderen dan de vergoeding van de werkelijk door de stille cessionaris geleden schadevergoeding. De stille cedent kan niet meer rechten uitoefenen, dan aan de stille cessionaris toekomen. De tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW is niet geschreven voor de bescherming van de stille cedent en de stille cessionaris en kan om die reden geen soelaas bieden.