RBP 2022/86
Schorsing procedure tussen pandgever en schuldenaar. Is door de mededeling van het pandrecht de rechtsbetrekking waarin de pandgever het geding voerde opgehouden te bestaan, en vormt dit een grond voor schorsing en overname van de positie van de pandgever door de pandhouder?
Hof Amsterdam 26-07-2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2185
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
26 juli 2022
- Magistraten
Mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, J.W. Hoekzema, J.F. Aalders
- Zaaknummer
200.264.912/01
- JCDI
JCDI:ADS678768:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2024:1175, Uitspraak, Hof Amsterdam, 30‑04‑2024
ECLI:NL:GHAMS:2022:2185, Uitspraak, Hof Amsterdam, 26‑07‑2022
- Wetingang
Art. 225 lid 1, sub c Rv
Essentie
Schorsing procedure tussen pandgever en schuldenaar.
Pandhouder formele partij? Is door de mededeling van het pandrecht de rechtsbetrekking waarin de pandgever het geding voerde opgehouden te bestaan, en vormt dit een grond voor schorsing en overname van de positie van de pandgever door de pandhouder?
Samenvatting
De pandhouder stelt zich op het standpunt dat hij, na mededeling van het pandrecht aan de schuldenaar, zowel exclusief inningsbevoegd als procesbevoegd is geworden. Op die grond meent hij de procedure tussen de pandgever en de schuldenaar te kunnen schorsen en deze procedure vervolgens in plaats van de pandgever als formele ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.