Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.10.1
5.10.1 Pandrecht en zekerheidsoverdracht
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588306:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 7:51 e.v. BW (titel 7.2 BW). De regeling is de irnplementatie van Richtlijn 2002/47, PbEG L 168/43, d.d. 27 juni 2002 (de 'Collateral Directive'). Zie Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 979 e.v. met verdere literatuurverwijzingen. Zie voorts Zie voor de definitie van geld en effecten art. 7:51 sub d respectievelijk sub e BW.Keijser 2006; en C,J.H. Jansen 2007.
Zie voor de definitie van geld en effecten art. 7:51 sub d respectievelijk sub e BW.
327. Op grond van een financiëlezekerheidsovereenkomst (fzo )1 kan een pandrecht worden gevestigd op geld en effecten en kunnen het geld en de effecten worden overgedragen (art. 7:51 sub a t/m c BW).2 Een fzo tot overdracht van geld of effecten is een fiduciaire zekerheidsoverdracht. Uit art. 7:55 BW volgt dat een fzo tot overdracht van geld en effecten evenwel niet in strijd is met art. 3:84 lid 3 BW. Een fzo kan alleen worden aangegaan als ten minste een van de partijen bij de overeenkomst een instantie of onderneming is zoals genoemd in art. 7:52 BW, zoals een overheidsinstantie of een (centrale) bank. Bij een fzo tot vestiging van een pandrecht kunnen aan de pandhouder ruimere bevoegdheden worden toegekend, zoals het gebruik of de verkoop van de goederen (art. 7:53-7:54 BW).