NJ 2026/68
Procesrecht. Arbitrage. Verlof tot tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis. Asymmetrisch rechtsmiddelenverbod (art. 1075 (oud) Rv, art. III Verdrag van New York 1958). HR komt niet terug van HR 25 juni 2010, NJ 2012/55.
HR 23-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:98
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 januari 2026
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
24/04670
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46779:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Arbitrage
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:98, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1142, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑12‑2024
- Wetingang
Art. 1075 Rv (oud); art. III Verdrag van New York 1958
Essentie
Procesrecht. Arbitrage. Verlof tot tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis. Asymmetrisch rechtsmiddelenverbod (art. 1075 (oud) Rv, art. III Verdrag van New York 1958). HR komt niet terug van HR 25 juni 2010, NJ 2012/55.
Samenvatting
Over het asymmetrisch appelverbod heeft het hof overwogen dat dit verbod ook geldt voor buitenlandse arbitrale vonnissen waarop het Verdrag van New York van toepassing is. Hoger beroep tegen een toegewezen verzoek staat daarom niet open, behalve als zich een doorbrekingsgrond voordoet, of als onverkorte toepassing van het asymmetrisch rechtsmiddelenverbod een schending van art. 6 EVRM ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.