Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/592
Ontucht met 13/15-jarige dochter, bestaande uit seksueel binnendringen van het lichaam en andere seksuele handelingen, meermalen gepleegd (art. 247 jo. 248 lid 2 Sr). Post-Keskin. Heeft verdachte voldoende belang bij bespreking cassatieklacht over afwijzing van een bij pleidooi voorwaardelijk gedaan verzoek om dochter te horen over de door verdachte betwiste verklaring m.b.t. pleegperiode en plaatsvinden van bepaalde seksuele handelingen? Gelet op de door hof gebruikte bewijsvoering heeft verdachte onvoldoende belang bij bespreking van klacht over afwijzing verzoek om dochter als getuige te horen. Feiten en omstandigheden die in voor bewijs gebruikte en door verdachte ten dele betwiste verklaring van dochter naar voren komen volgen grotendeels ook uit overige bewijsvoering van hof. Het gaat daarbij allereerst om in bewijsmiddelen weergegeven verklaringen van verdachte die inhouden dat hij gedurende langere tijd meermalen, zo goed als wekelijks met dochter geslachtsgemeenschap heeft gehad, en dat verdachte en dochter in elkaars bijzijn masturbeerden. Deze verklaringen van verdachte worden bevestigd door inhoud van WhatsApp-berichten tussen verdachte en destijds 14-jarige dochter, die o.m. gaan over handelingen die zij wilden verrichten, zoals zoenen, neuken, likken en ‘gaan sexen’. Wat betreft (duur) periode waarin dit misbruik heeft plaatsgevonden is verder van belang dat verdachte in WhatsApp-bericht (kennelijk in context van seksueel misbruik van dochter door hemzelf) heeft gesproken over wat zich ‘de afgelopen 3 jaar’ heeft afgespeeld met dochter ‘op sex gebied’. In licht van deze bewijsvoering is, ook als men in b.m. opgenomen verklaring van dochter op de door verdachte betwiste onderdelen wegdenkt, bewezenverklaring van tlgd. v.zv. deze betrekking heeft op gedragingen die door verdachte zijn bekend, z.m. toereikend gemotiveerd. Ook bewezenverklaarde periode is, met genoemd wegdenken van b.m., toereikend gemotiveerd, nog daargelaten dat bewezenverklaring van bepaalde periode niet betekent dat verdachte gedurende gehele periode hem verweten handelingen heeft verricht (vgl. NJ 2002/536). V.zv. bepaalde onderdelen van bewezenverklaarde (zich ‘laten pijpen’ door dochter, het brengen van ‘één of meer vinger(s) tussen schaamlippen’ van dochter en door haar ‘laten vasthouden van penis’) uitsluitend berusten op in b.m. opgenomen verklaring van dochter, is van belang dat ook als deze onderdelen uit bewezenverklaring van feiten vervallen, aard en ernst van wat verder is bewezenverklaard niet worden aangetast. Volgt verwerping. CAG: vernietiging en terugwijzing m.b.t. strafoplegging omdat uit onderzoek ttz. en bewijsvoering niet volgt dat ontucht plaatsvond ‘gedurende periode van ruim twee jaar’.
HR 28-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:769
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 mei 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/00525
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:769, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:310, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑03‑2024
Essentie
Ontucht met 13/15-jarige dochter, bestaande uit seksueel binnendringen van het lichaam en andere seksuele handelingen, meermalen gepleegd (art. 247 jo. 248 lid 2 Sr). Post-Keskin. Heeft verdachte voldoende belang bij bespreking cassatieklacht over afwijzing van een bij pleidooi voorwaardelijk gedaan verzoek om dochter te horen over de door verdachte betwiste verklaring m.b.t. pleegperiode en plaatsvinden van bepaalde seksuele handelingen? Gelet op de door hof gebruikte bewijsvoering heeft verdachte onvoldoende belang bij bespreking van klacht over afwijzing verzoek om dochter als getuige te horen. Feiten en omstandigheden die in voor bewijs gebruikte en door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.