RCR 2026/29
Verbintenissenrecht. Is het verschil tussen werkelijke koopprijs en hypothetische koopprijs (bij afwezigheid van dwaling) verschuldigd aan dwalende partij op grond van art. 6:230 lid 2 BW en/of art. 6:162 BW, nu woning later in waarde is gestegen?
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:199
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Mrs. F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01835
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD102234:1
- Vakgebied(en)
Vastgoedrecht / Koopovereenkomst
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:199, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:304, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Verbintenissenrecht. Nadeelsopheffing bij koop van woning.
Is het verschil tussen werkelijke koopprijs en hypothetische koopprijs (bij afwezigheid van dwaling) verschuldigd aan dwalende partij op grond van art. 6:230 lid 2 BW en/of art. 6:162 BW, nu woning later in waarde is gestegen?
Samenvatting
Verkoper heeft een woning verkocht aan koper in december 2016 en geleverd in september 2017 voor een bedrag van € 675.000. De woning was ten tijde van de koop in opdracht van koper getaxeerd op een waarde van € 670.000. Tegenover de verkochte woning bevond zich een agrarische onderneming van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.