NJB 2025/1113
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Recht op rechtsbijstand. Geen afstand. Hoge Raad: De rechtbank heeft niet vastgesteld dat betrokkene afstand heeft gedaan van het recht op rechtsbijstand. Daarom had de rechtbank de mondelinge behandeling niet mogen voortzetten buiten aanwezigheid van de advocaat van betrokkene.
HR 23-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:818
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, F.J.P. Lock, F.R. Salomons
- Zaaknummer
25/00481
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:818, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:429, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Recht op rechtsbijstand. Geen afstand. Hoge Raad: De rechtbank heeft niet vastgesteld dat betrokkene afstand heeft gedaan van het recht op rechtsbijstand. Daarom had de rechtbank de mondelinge behandeling niet mogen voortzetten buiten aanwezigheid van de advocaat van betrokkene.
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. E.F.A. Linssen-van Rossum, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In deze procedure heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging. In het proces-verbaal van de mondelinge behandeling staat:
‘De advocaat heeft de rechtbank gevraagd of hij telefonisch bij de mondelinge behandeling aanwezig mag zijn. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.