Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/4.2.2
4.2.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585918:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierna nr. 513. Vgl. hieronder pand en derdenbeslag.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 528 en M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 531. Zie o.a. Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 260; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 16.2 en 16.3; Van Achterberg 1999, nr. 11; Wibier 2009a, nr. 14; en Vranken 1984, p. 112. Komt de keuzebevoegdheid aan de oude schuldeiser toe krachtens de wet of de gewoonte (i.t.t. krachtens rechtshandeling), dan komt de bevoegdheid op dezelfde grond (de wet of de gewoonte) ook aan de nieuwe schuldeiser toe. In dit geval is geen sprake van een nevenrecht dat met de vordering overgaat. Vgl. ook HR 23 juni 1961, NJ 1962, 263 (Ontvanger/Schot), m.nt. LEHR. Door het doen van mededeling ex art. 3:94 BW wordt de vordering overigens niet opeisbaar, zie S. Boot in haar noot onder Hof 's-Hertogenbosch 19 september 2007, JOR 2008/80.
Zie N.v.W.1, toelichting, Parl. Gesch. Titel 7.17, p.246. Vgl. Kalkman 2005, p. 237, die spreekt over de overdracht van alle '(wils)rechten'. In Asser/Clausing & Wansink 5-VI 2007, nr. 562-563 en 477 en Losbladige Bijzondere Overeenkomsten 2008 (P. Clausing), art. 7:970, aant. 2, wordt gesuggereerd dat het om een (ondeelbaar) subjectief vermogensrecht gaat. Deze zienswijze verdient n.m.m. niet de voorkeur. In N.v.W. 1, toelichting, Parl. Gesch. Titel 7.17, p. 247 wordt het verschil in vermogensrechtelijke duiding 'aan de wetenschap overgelaten'.
Zie N.v.W. 1, toelichting, Parl. Gesch. Titel 7.17, p. 247. Vgl. art. 7:974 BW.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 528 en M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 531.
Zie N.v.W. 1, toelichting, Parl. Gesch. Titel 7.17, p. 247; Asser/Clausing & Wansink 5-VI 2007, nr. 563. Een bepaling zoals art. 7:971 lid 1 BW, die de toepasselijkheid van art. 3:239 lid 1 BW (stille verpanding) uitdrukkelijk uitsluit, ontbreekt. Anders: Martius 2006, p. 693, r.k.; Asser/Mijnssen & De Haan 3-I 2006, nr. 281a.
Zie N.v.W. 1, toelichting, Parl. Gesch. Titel 7.17, p. 247; Asser/Clausing & Wansink 5-VI 2007, nr. 563.
196. Vóór de overgang van de vordering komen de hiervoor genoemde bevoegdheden aan de oude schuldeiser toe. Na de overgang van de vordering komen zij aan de nieuwe schuldeiser toe. De overgang van het opzeggingsrecht en de overgang van het recht op afkoop zijn uitzonderingen op de regel dat op de nieuwe schuldeiser in beginsel niet de bevoegdheid overgaat om de aan de vordering onderliggende overeenkomst te beëindigen.1
Het bedongen keuzerecht van de schuldeiser bij een alternatieve verbintenis en het bedongen recht om een vordering (door opzegging) opeisbaar te maken, gaan als nevenrechten van rechtswege met de vordering over (art. 6:142 BW).2 Komt het keuzerecht toe aan de schuldenaar of aan een derde, dan komt de wettelijke bevoegdheid tot het stellen van een termijn van de schuldeiser (art. 6:19 lid 1 BW) na de overgang van de vordering op grond van de wet aan de nieuwe schuldeiser toe.
Het recht op afkoop bij een levensverzekering gaat ook op de nieuwe schuldeiser over. De grondslag hiervoor is niet art. 6:142 BW, maar art. 7:970 lid 1 BW. Art. 7:970 lid 1 eerste zin BW bepaalt dat de rechten van de verzekeringnemer uit een sommenverzekering slechts gezamenlijk kunnen worden overgedragen. De rechten van de verzekeringnemer zijn het geheel van rechten en bevoegdheden die voor de verzekeringnemer uit de verzekering (kunnen) voortvloeien. Zij omvatten niet alleen de vordering(en) van de verzekeringnemer, maar ook zogenaamde 'wilsrechten', zoals het recht tot het doen afkopen of het belenen van de verzekering en de bevoegdheid tot het wijzigen van de begunstiging.3 Uit de bepaling volgt dat het recht op afkoop overdraagbaar is (art. 3:83 lid 3 BW), zij het alleen tezamen met de andere rechten uit de sommenverzekering.4 De nieuwe schuldeiser verkrijgt het recht op afkoop aldus door overdracht. Het recht op afkoop wordt (kennelijk) niet als een nevenrecht (art. 6:142 BW) aangemerkt. Blijkens de parlementaire geschiedenis kan het recht op uitkering (de vordering) wel afzonderlijk worden overgedragen.5 Omdat het recht op afkoop geen nevenrecht is, blijft het bij de oude schuldeiser (de verzekeringnemer) achter. Een vergelijkbare uitkomst wordt bereikt als de verzekeringnemer een derde als de begunstigde van de verzekering aanwijst (art. 7:966 lid 1 BW; vgl. art. 6:253 BW). In beide gevallen komt aan een ander dan de verzekeringnemer de vordering toe, terwijl het recht van afkoop bij de verzekeringnemer achterblijft (art. 7:978 BW).
197. Bij een stille cessie gaan door de overgang van de vordering het recht om de vordering (door opzegging) opeisbaar te maken en het keuzerecht bij een alternatieve verbintenis als nevenrechten op de stille cessionaris over.6 Door de overgang van de vordering komt ook de bevoegdheid ex art. 6:19 lid 1 BW aan de stille cessionaris toe.
Art. 7:970 lid 2 BW bepaalt dat de levering van de rechten uit een verzekering een daartoe bestemde akte en schriftelijke mededeling aan de verzekeraar door de vervreemder of de verkrijger vereist. Blijkens art. 7:974 BW is art. 7:970 lid 2 BW van regelend recht.7 Als de verzekeraar en de verzekeringnemer overeenkomen dat de stille cessie van de vordering en daarbij behorende wilsrechten mogelijk is,8 komt door de gezamenlijke overdracht het recht op afkoop aan de stille cessionaris toe.