NJ 1962/263
HR, 23-06-1961
HR 23-06-1961, ECLI:NL:HR:1961:70, m.nt. Mr. L. E. H. Rutten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 juni 1961
- Magistraten
Mrs. Smits, de Jong, Wiarda, Houwing en Petit
- Zaaknummer
[23061961/NJ_1962-263]
- Conclusie
Mr. Van Oosten
- Noot
Mr. L. E. H. Rutten
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS139341:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1961:70, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑06‑1961
- Wetingang
(Rv art. 735-757d.)
Samenvatting
Na derdenbeslag op een vordering uit geldlening waaraan eerst voldaan behoeft te worden nadat de geldlening met een bepaalde termijn is opgezegd, komt aan de beslaglegger de bevoegdheid tot opzegging toe.
Partij(en)
Den Ontvanger der Directe Belastingen te Rotterdam, te Rotterdam, eiser tot cassatie van een arrest, door het Hof te 's-Gravenhage op 18 Jan. 1961 tussen pp. gewezen, adv. Mr. D. J. Veegens,
tegen
P. Schot, te Rotterdam, verweerder in cassatie, adv. Mr. J. F. B. Rutgers; gepleit door Mr. B. Greve, adv. te Rotterdam.
Uitspraak
De Hoge Raad, enz.;
O. dat uit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.