Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/3.1:3.1 Inleiding
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90810:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Fikkers 1992, p. 165-170; Schelhaas 2012, GS Bijzondere overeenkomsten, art. 7:39 BW, aant. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De leverancier die zaken op krediet aan de koper levert, heeft in het Nederlandse, Belgische en Amerikaanse recht van rechtswege een voorrangspositie. Dit wordt op twee wijzen vormgegeven. Ten eerste kent elk van de drie rechtsstelsels aan de leverancier het recht toe om de door hem overgedragen zaken terug te vorderen indien de koopprijsvordering voor deze zaken niet wordt voldaan. Dit noem ik het recht van reclame. Het Belgische en Amerikaanse recht kennen nog een tweede wijze. Beide rechtsstelsels verbinden een voorrecht aan de koopprijsvordering van de leverancier. Het Duitse recht kent geen van beide rechtsfiguren.
Deze rechtsfiguren hebben zoals gezegd met elkaar gemeen dat de leverancier ze niet hoeft te bedingen. De wet kent deze rechten van rechtswege toe aan de leverancier. De verdere vormgeving van deze rechtsfiguren is in meer of mindere mate verschillend in de betrokken rechtstelsels. De vereisten van inroeping zijn bijvoorbeeld anders. Zo kan de leverancier het recht van reclame in het Amerikaanse recht slechts inroepen voor zaken die zijn verkocht aan een insolvente koper, terwijl het reclamerecht in het Nederlandse recht een dergelijke beperking niet kent.
In paragraaf 3.2 zet ik de overeenkomsten en verschillen ten aanzien van het recht van reclame tussen de rechtsstelsels uiteen. In paragraaf 3.3 bespreek ik de overeenkomsten en verschillen met betrekking tot het voorrecht. Verder laat ik in dit hoofdstuk zien dat de verschillen veelal verklaard kunnen worden aan de hand van de uiteenlopende strekkingen die ten grondslag liggen aan de rechtsfiguren.
Tot slot merk ik op dat ik de bespreking van het recht van reclame en het voorrecht beperk tot de wettelijke regeling. Voor het Nederlandse recht kan men zich afvragen of en zo ja, op welke punten men contractueel kan afwijken van het recht van reclame.1 De regeling over het recht van reclame is van regelend recht, maar daarmee is onduidelijk of wordt bedoeld dat het van toepassing is indien partijen niets anders afspreken, of dat partijen het recht van reclame contractueel kunnen wijzigen. Dit punt laat ik verder rusten.