Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/250
250 Ratio; proceseconomie
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS452231:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: E.M. Meijers in zijn noot in NJ 1940, 206 onder HR 15 december 1939 (Vereenigd Industrieel Bezit/Staat); Vriesendorp 1970, nr. 116; Van Baars 1971, p. 155; Van Rossem/Cleveringa 1972, art. 332 Rv, aant. 6; Star Busmann/Rutten 1972, nr. 147-148; Vriesendorp 1972, p. 198; Verburgh 1974, p. 87; Van Nispen 1978, nr. 102; Rodenburg, p. 76; Gras 2001, p. 106; Asser Procesrecht/Korthals Altes & Groen 7 2005/48; A-G Timmerman in zijn conclusie voor HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7799, NJ 2006, 230, m.nt. P. van Schilfgaarde (G/Directors Cast & Crew Payroll Services); Huydecoper in zijn conclusie voor HR 21 november 2008, ECLI:NL: HR:2008:BF3938, NJ 2008, 608 en JBPR 2009, 12, m.nt. E.F. Groot (Udo/Renault); Asser Procesrecht/ Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 4 2012/180; Jongbloed (Vermogensrecht), art. 3:303, aant. 2; Korthals Altes (Burgerlijke Rechtsvordering), art. 398, aant. 6.
Star Busmann/Rutten 1972, nr. 147; Gras 2001, p. 107; Asser Procesrecht/Korthals Altes & Groen 7 2005/48.
Van Baars 1971, p. 155.
In de literatuur bestaat overeenstemming over de ratio van het vereiste van voldoende belang: de rechter en de wederpartij mogen niet worden lastiggevallen met rechtsvorderingen waarvan geen praktisch resultaat kan worden verwacht,1 reden waarom verschillende schrijvers ‘point d’intérêt, point d’action’ een beginsel van gezond verstand hebben genoemd.2 “Indien men bij een rechtsmiddel geen belang heeft, omdat het geen baat kan brengen, waarom zou dan de rechter zich daarmee bezig houden. Hij kan zijn schaarse activiteit (of beter –tijd?) beslist alternatief aanwenden, en daarom kan (mag) hij de eiser niet ontvangen in rechtsmiddelen waarbij deze geen belang heeft”, zo schrijft Van Baars.3
Uit deze in de proceseconomie gelegen ratio vloeit voort, dat onvoldoende belang een reden behoort te zijn voor afwijzing van een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor als toewijzing van het verzoek geen nuttig effect kan opleveren voor de verzoeker. Het houden van een voorlopig getuigenverhoor is dan volstrekt zinloos.