Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/251
251 Ambtshalve toepassing
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS452232:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Zodra een gemis aan belang geen verband houdt met de openbare orde, mag de rechter niet ambtshalve toetsen, maar zal de wederpartij een beroep moeten doen op het ontbreken van belang. Zie HR 24 november 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6416, NJ 1980, 88, m.nt. W.H. Heemskerk (Sunclass Bungalows/Dernison) waarin het hof ten onrechte ambtshalve had beslist dat de eiser geen belang had bij de nakoming van een overeenkomst door gedaagde. Zie hierover Jongbloed (Vermogensrecht), art. 3:303 BW, aant. 7.
Vriesendorp 1970, nr. 116.
W.H. Heemskerk in zijn noot in NJ 1980, 88 onder HR 24 november 1978, ECLI:NL:HR:1978: AC6416 (Sunclass Bungalows/Dernison). Zie ook Jongbloed (Vermogensrecht), art. 3:303, aant. 7.
HR 24 november 1978, ECLI:NL:HR:1978:AC6416, NJ 1980, 88, m.nt. W.H. Heemskerk (Sunclass Bungalows/Dernison), met name de conclusie van A-G Franx en de noot van W.H. Heemskerk. Zie ook Vriesendorp 1970, nr. 116; Van Baars 1971, p. 91; Vriesendorp 1972, p. 195-196; Van Nispen 1978, nr. 102; Rodenburg, p. 76; Lindijer 2006, nr. 434; A-G Timmerman in zijn conclusie voor en P. van Schilfgaarde in zijn noot in NJ 2006, 230 onder HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005: AT7799 (G/Directors Cast & Crew Payroll Services); Snijders/Wendels 2009, nr. 80; Snijders/ Klaassen/Meijer 2011, nr. 58; Jongbloed (Vermogensrecht), art. 3:303 BW, aant. 7. Zie ook nr. 347.
In deze gevallen dient geen niet-ontvankelijkheid te volgen. In HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010: BM2337, NJ 2012, 226, m.nt. H.J. Snijders (Eurofactor/A) besliste de Hoge Raad dat het verweer dat geen belang belang bestaat bij een rechtsmiddel een verweer ten principale is. Alleen als op processuele gronden niet wordt toegekomen aan de behandeling van een zaak, bijvoorbeeld omdat de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel is verlopen, moet niet-ontvankelijkverklaring volgen. Zie hierover ook Asser 2010, p. 97; A-G Timmerman in zijn conclusie voor HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ0505, NJ 2011, 306 (EMBA/Rhodia).
Van Baars 1971, p. 91; Vriesendorp 1972, p. 195-196; Van Nispen 1978, nr. 102.
Het vereiste van voldoende belang dient hier het algemeen belang van het voorkomen dat gemeenschapsgeld wordt verspild – en, zou ik daaraan willen toevoegen, van de bescherming van de belangen van de wederpartij – en raakt daarom de openbare orde.1 Vriesendorp schrijft: “De openbare orde brengt immers mee, dat niemand nodeloos de rechterlijke macht met een verzoek om rechtsbescherming lastig valt.”2 Volgens Heemskerk heeft de rechter ambtshalve een taak “bijv. als hem uit de processtukken blijkt, dat een belang bij een rechtsmiddel (hoger beroep, cassatie) of bij een grief of bij een beroep op nietigheid van een proceshandeling (…) ontbreekt. Gevallen waarin de gevraagde uitspraak geen nuttig effect voor eiser zou opleveren, zodat behandeling van de klacht zinloos is, of waarin het belang (bij nietigheid of niet-ontvankelijkheid) niet verdient te worden beschermd. In deze gevallen gaat het om zaken als doelmatigheid, efficiënt procederen, goede procesorde, taak van de rechterlijke macht, kortom de openbare orde.”3
Het belangvereiste moet daarom, als zijnde van openbare orde, ambtshalve worden toegepast door de rechter.4
Uit het bovenstaande volgt, dat als aan het licht komt dat het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor geen nuttig effect kan opleveren, de rechter het verzoek moet afwijzen,5 ook zonder een beroep op onvoldoende belang door de verweerder. Dit staat uiteraard niet in de weg aan een beroep op het ontbreken van belang door de wederpartij. Een dergelijk beroep kan tijdens de gehele procedure worden gedaan. Het belang kan immers tijdens de procedure komen te ontbreken.6