Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/5.5.2.1
5.5.2.1 Bestaand eigendomsvoorbehoud
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS584843:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Wel verliest de schuldeiser het eigendomsrecht. In zoverre is een vergelijking mogelijk met pand en hypotheek.
Zie HR 18 februari 1994, NJ 1994, 462 (Nijverdal Ten Cate/Wilderink q.q.), m.nt. WMK.
Zie o.a. M.v.A. I Inv., Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1241-1242; Kortmann in `zijn noot (sub 2) onder HR 18 februari 1994, AAe 1994/11 (Nijverdal Ten Cate/Wilderink q.q.), p. 748; M.A.J.G. Janssen 1993; Faber & Van Hees 1994, p. 194-195 (sub4); Vriesendorp 1994; Reehuis 1998, nr. 48; Asser/Van Mierlo& Van Velten3-VI* 2010, nr. 533 en 555; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-11* 2009, nr. 258; Van Achterberg 1999, nr. 12; Wibier 2009a, nr. 20; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 274 en 963; Snijders & Rank-Berenschot 2007, nr. 498; Brahn 1991, nr. 7.2; Asser/Mijnssen & De Haan 3-I 2006, nr. 285; Asser/Van Schaick 5-IV 2004, nr. 240. Zie voor een beschrijving van de discussie over het afhankelijke karakter van het fiduciaire eigendomsrecht Van Mierlo 1988, pa.r 2.1.3.1. Zie voor het oude recht Asser/Beekhuis 3-I 1980, p. 227-228 met verdere literatuurverwijzingen. Anders: Schoordijk 1986, p. 244, die verdedigt dat het eigendomsvoorbehoud een afhankelijk recht en een nevenrecht is, en dat de eigendom onder ontbindende voorwaarde niet afzonderlijk behoeft te worden overgedragen met de vordering, maar van rechtswege op de nieuwe schuldeiser overgaat.
Zie HR 28 april1989, NJ 1990,252 (Van Essen/NMB; of Puinbreker), m.nt. WMK. Zie M.v.A. I Inv., Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1241-1242. Een dergelijke overdracht is niet in strijd met art. 3:84 lid 3 BW. Zie M.v.A. I Inv., Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1241-1242. Zie Faber & Van Hees 1994, p. 196; S.C.J.J. Kortmann in zijn noot onder HR 18 februari 1994, AAe 1994/11 (Nijverdal Ten Cate/Wilderin q.q.), p. 750; Faber 1997, p. 216; en Faber 2007, p. 36; N.E.D. Faber in zijn noot onder Rb. Utrecht 21 maart 2007, JOR 2007/278. Anders: Vriesendorp 1994, p. 294; en Klein 1990b, p. 587.
Zie daarover J.J. van Hees 1997, p. 86 e.v. met verdere verwijzingen.
Bij subrogatie door betaling door een derde kan het eigendomsvoorbehoud door de betaling aan de verkoper tenietgaan. Partijen kunnen ook overeenkomen dat na subrogatie het eigendomsvoorbehoud blijft bestaan, en dat op de oude schuldeiser de verplichting rust om het eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde aan de nieuwe schuldeiser over te dragen. Vgl. r.o. 3.4., HR 18 februari 1994, NJ 1994, 462 (Nijverdal Ten Cate/Wilderink q.q.); en HR 3 oktober 1980, NJ 1981, 60 (Ontvanger/Schriks q.q.), m.nt. WMK. Zie Rb 's-Hertogenbosch 5 november 2003, JOR 2004/176 (Intres/Vaessen q.q.); Rb. Utrecht 21 maart 2007, JOR 2007/278, m.nt. N.E.D. Faber; en Rb. Leeuwarden 13 juni 2007, HA ZA 06-355. Vgl. voorts Faber & Van Hees 1994, p. 191-19; S.C.J.J. Kortmann in zijn noot onder HR 18 februari 1994, AAe 1994/11 (Nijverdal Ten Cate/Wilderink q.q.), p. 748; N.E.D. Faber in zijn noot onder Rb. Utrecht 21 maart 2007, JOR 2007/278; en Asser/Van Mierlo & Van Velten 3-VI* 2010, nr. 533, 555.
282. Het voorbehouden eigendomsrecht is geen afhankelijk recht in de zin van art. 3:7 BW. Het eigendomsrecht behoort toe aan de vervreemder totdat de vordering waarvoor het eigendomsvoorbehoud is bedongen, is voldaan. Wordt de vordering voldaan, dan gaat het eigendomsrecht daardoor niet teniet, zoals een pand- of hypotheekrecht,1 maar wordt de verkrijger onder opschortende voorwaarde de (onvoorwaardelijke) eigenaar van de zaak. Door de betaling van de vordering wordt de voorwaarde vervuld waardoor aan de overdracht rechtsgevolg toekomt. Het eigendomsrecht zelf is niet afhankelijk van het bestaan van de vordering. Alleen de overdracht van het eigendomsrecht is van het bestaan van de vordering voorwaardelijk gesteld. Een dergelijke voorwaardelijkheid is geen afhankelijkheid zoals bedoeld in art. 3:7 BW. De voorbehouden eigendom en de fiduciaire zekerheidseigendom zijn dan ook geen afhankelijk rechten.
Omdat fiduciaire zekerheidseigendom geen afhankelijk recht is in de zin van art. 3:7 BW, kan het evenmin als een afhankelijk recht in de zin van art. 3:82 BW of als een nevenrecht in de zin van art. 6:142 BW worden beschouwd.2 Het gaat niet van rechtswege over met de vordering tot zekerheid waarvan het dient. Hetzelfde geldt voor het voorbehouden eigendomsrecht bij een eigendomsvoorbehoud.3 De voorbehouden eigendom is een zelfstandig goed dat voor overdracht vatbaar is, ook afzonderlijk van de vordering waarvoor het is bedongen.4
Draagt de oude schuldeiser naast de vordering de zaak afzonderlijke over aan de nieuwe schuldeiser, dan profiteert de laatste maximaal van het eigendomsvoorbehoud. Gaat het om koop, dan heeft de koop op twee goederen betrekking: de vordering en de voorbehouden eigendom.5 Als de koper niet betaalt, mag de nieuwe schuldeiser (tevens de eigenaar) in beginsel de zaak behouden.
Is het eigendomsrecht niet overgedragen aan de nieuwe schuldeiser, dan blijft de oude schuldeiser de rechthebbende van het eigendomsrecht onder ontbindende voorwaarde. De oude schuldeiser blijft bevoegd om het eigendomsvoorbehoud in te roepen. Hij kan de zaken waarop het eigendomsvoorbehoud betrekking heeft bijvoorbeeld revindiceren als niet betaald wordt. De nieuwe schuldeiser mist de bevoegdheid daartoe. De oude schuldeiser is gehouden om het eigendomsvoorbehoud ten behoeve van de nieuwe schuldeiser uit te oefenen, tenzij uit de rechtsverhouding tussen partijen anders voortvloeit. Komt de koper zijn betalingsverplichting niet na, dan zal de oude schuldeiser schadeplichtig zijn jegens de nieuwe schuldeiser op grond van wanprestatie wegens non-conformiteit (art. 7:17 jo 7:47 BW). Hij kan de zaak te gelde maken om de nieuwe schuldeiser te voldoen. Gaat het om een eigendomsvoorbehoud bij huurkoop en mag de eigenaar zich op de zaak verhalen voorzover dat nodig is om zijn vordering af te lossen. Dient hij het restant aan de schuldenaar af te dragen,6 dan gaat deze verplichting niet van rechtswege over op de nieuwe schuldeiser.7
283. Ook bij de stille cessie gaat de voorbehouden eigendom niet op de stille cessionaris over, tenzij de eigendom afzonderlijk wordt overgedragen. Wordt de eigendom niet overgedragen, dan is de stille cedent als lasthebber inningsbevoegd ten aanzien van de stil gecedeerde vordering en als eigenaar van de zaak bevoegd om ten behoeve van de stille cessionaris het eigendomsvoorbehoud in te roepen. Is de schuldenaar in verzuim, dan dient de stille cedent de stille cessionaris daarover te informeren. De stille cessionaris kan de stille cedent vervolgens opdracht geven om het eigendomsvoorbehoud in te roepen. Is de voorbehouden eigendom afzonderlijk aan de stille cessionaris overgedragen, dan dient uit de lastgeving (al dan niet stilzwijgend) te blijken of de stille cedent op grond daarvan ook bevoegd is om het eigendomsbehoud in te roepen tegenover de schuldenaar. Het ligt voor de hand dat de stille cedent daartoe bevoegd is, omdat het inroepen van het eigendomsvoorbehoud door de stille cessionaris de schuldenaar op de hoogte kan stellen van de stille cessie, hetgeen partijen in de regel niet zullen beogen. Is de voorbehouden eigendom overgedragen aan de stille cessionaris en beroept hij zich daarop jegens de schuldenaar, dan kan daarin mededeling van de stille cessie besloten liggen.