NJB 2024/1564:Eisen aan cassatiemiddelen: alleen een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen, kan worden aangemerkt als een cassatiemiddel (klacht) als in de wet bedoeld. In casu voldoet de als cassatiemiddel aangeduide klacht niet aan dit vereiste, nu de klacht slechts tot vernietiging strekt van de bestreden uitspraak in de ontnemingszaak voor het geval dat de cassatiemiddelen in de strafzaak die met deze ontnemingszaak samenhangt en die bij de Hoge Raad aanhangig is, gegrond zouden worden bevonden. Daarbij verdient nog opmerking dat op grond van art. 6:1:16 lid 2 Sv een uitspraak op een ontnemingsvordering van het OM pas kan worden tenuitvoergelegd nadat en voor zover de veroordeling als bedoeld in art. 36e Sr onherroepelijk is geworden. Verder vervalt op grond van art. 511i Sv een uitspraak op een ontnemingsvordering van rechtswege doordat en voor zover de uitspraak als gevolg waarvan de veroordeling van de verdachte als bedoeld in art. 36e Sr achterwege blijft, in kracht van gewijsde gaat.