NJB 2017/2097
Opzettelijk ‘beletten’ van enige handeling, door een ambtenaar ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, art. 184 lid 1 Sr: in casu begrijpelijk oordeel van het hof dat verdachte heeft ‘belet’ door te voorkomen dat de opsporingsambtenaren het clubhuis van de motorclub daadwerkelijk konden betreden. A-G: anders
HR 17-10-2017, ECLI:NL:HR:2017:2634
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
17 oktober 2017
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
16/02769
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Voorfase
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:2634, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 17‑10‑2017
ECLI:NL:PHR:2017:1061, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑07‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑10‑2016
- Wetingang
(art. 184 Sr)
Essentie
Opzettelijk ‘beletten’ van enige handeling, door een ambtenaar ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, art. 184 lid 1 Sr: in casu begrijpelijk oordeel van het hof dat verdachte heeft ‘belet’ door te voorkomen dat de opsporingsambtenaren het clubhuis van de motorclub daadwerkelijk konden betreden. A-G: anders
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘toen de buitengewoon opsporingsambtenaren [verbalisant 1] […] en [verbalisant 2] […], belast met het toezicht houden op de naleving van de in de Algemene Plaatselijke Verordening Barneveld en in de Drank en Horecawet genoemde bepalingen aan hem, verdachte, te kennen hadden gegeven ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.