Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/2.5.3
2.5.3 De administrative expense priority
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90916:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Pub. L. No. 109-8, §1227(b), 199 Stat. 200 (2005). De wetsgeschiedenis bij deze bepalingen is zeer kort. De gedachte van de wetgever kan impliciet afgeleid worden uit de volgende opmerking: ‘If a seller of goods fails to provide notice in the manner described in paragraph (1), the seller still may assert the rights contained in section 503(b)(9)’. De meerderheid van de literatuur gaat ervan uit dat de federale wetgever ingreep om de positie van deze leveranciers te versterken, omdat het recht van reclame onvoldoende bescherming bood. Zie onder meer: Norton 2018, §546 B.C.; Netznik & Yeretzian, Technology and Intellectual Property 2014, nr. 1; Resnick, Boston College Law Review 2005, p. 183, 203-05; Gage, American Bankruptcy Institute Law Review 2011/ 19, p. 228. Zie ook In re Brown & Cole Stores, LLC, 375 B.R. 873 (B.A.P. 9th Cir. 2007).
Norton 2018, §49:1.
Uit paragraaf 2.5.2 volgt dat het recht van reclame niet kan worden uitgeoefend door de leverancier ten aanzien van zaken waarop de koper een zekerheidsrecht heeft gevestigd. In de praktijk betekende dit dat de leverancier in veel gevallen geen recht van reclame had. De wetgever onderkende dit. Hij achtte dit resultaat onbillijk, omdat de koper en zijn schuldeisers daarmee kunnen profiteren van de prestatie van de leverancier en mogelijk van het frauduleuze handelen van de koper.1
In 2005 werd daarom §503 (b)(9) B.C. ingevoerd. Op grond van bepaling is de vordering van de leverancier uit hoofde van een verkoop en levering van zaken binnen twintig dagen voor faillietverklaring aan een ‘insolvente’ koper in diens normale bedrijfsuitoefening een administrative expense. Aan een administrative expensekent §507 (a)(2) B.C. priority toe. De leverancier heeft voorrang bij de uitkering uit de failliete boedel, ongeacht of de zaken zich nog in de boedel bevinden voor deze vordering.
Deze administrative expensepriority neemt het pijnpunt bij de regeling van het recht van reclame echter niet weg. De leverancier heeft namelijk wel voorrang boven ongesecureerde crediteuren, maar moet schuldeisers met een zekerheidsrecht voor zich dulden. De administrative expensepriority geeft de leverancier dus geen voorrang bij het nemen van verhaal op de geleverde zaken voor schuldeisers van de koper met een zekerheidsrecht.2