NJB 2025/655:Beslagbeklag bij verschoningsgrechtigde advocaat die na het instellen van cassatie is overleden, art. 552a Sv: in beginsel moet een klaagschrift ex art. 552a Sv geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen. De Hoge Raad beschouwt het klaagschrift in casu echter niet als vervallen omdat de klager in zijn hoedanigheid van advocaat een beroep heeft gedaan op zijn verschoningsrecht naar aanleiding van de inbeslagneming van gegevensdragers. De voortzetting van de klaagschriftprocedure is dan in het belang van de rechtzoekenden die zich in deze zaak om bijstand en advies tot de klager als verschoningsgerechtigde hebben gewend. De Hoge Raad geeft een nader procedureel kader voor gevallen waarin de verschoningsgerechtigde tijdens de beklagprocedure is overleden. In casu is de niet-ontvankelijk verklaring van het beklag door de rechtbank op de enkele grond dat de gegevensdragers inmiddels zijn teruggegeven niet begrijpelijk. Daartoe telt onder meer dat het klaagschrift ook betrekking heeft op de kopieën die van deze gegevensdragers zijn gemaakt en die ter beschikking van de opsporingsautoriteiten staan.