AB 2019/114
Boetezaak. Geen vertaling van stukken. Het zwijgrecht komt bij een verhoor alleen toe aan bestuurders van de rechtspersoon.
RvS 24-10-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3494, m.nt. R. Stijnen
- Instantie
Raad van State
- Datum
24 oktober 2018
- Magistraten
Mrs. H.G. Sevenster, C.M. Wissels, A.J.C. de Moor-van Vugt
- Zaaknummer
201802850/1/V6
- Noot
R. Stijnen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS18165:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Vreemdelingenrecht / Bijzondere onderwerpen
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:3494, Uitspraak, Raad van State, 24‑10‑2018
- Wetingang
Art. 6 EVRM; art. 5:10a Awb
Essentie
Boetezaak. Geen vertaling van stukken. Het zwijgrecht komt bij een verhoor alleen toe aan bestuurders van de rechtspersoon.
Samenvatting
De rechtbank heeft terecht in aanmerking genomen dat appellante een Nederlandse directeur en bestuurder heeft (…) die de Nederlandse taal machtig is en daarom in staat was de boetekennisgeving en het boeterapport te lezen. Dat, zoals appellante betoogt, bestuurder zich niet bezighield met de dagelijkse gang van zaken binnen dit bedrijf, wat daar ook van zij, neemt niet weg dat, zoals in het besluit van 22 juni 2015 is vermeld, de communicatie tussen de betrokken arbeidsinspecteurs en appellante via onder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.